Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Memorie van Toelichting, behoorende bij het wetsontwerp, dateerende van 22 November 1912, bevat omtrent dat ontwerp de volgende

ALGEMEENE BESCHOUWINGEN:

§ 1. De bestaande toestand. Bij Koninklijk besluit van 22 September 1903, n°. 51, werd ingesteld een Staatscommissie, welke de opdracht ontving de Regeering van advies te dienen omtrent de vraagstukken betreffende de bestrijding van bedelarij en landlooperij en de bestrijding van habitueele dronkenschap. Deze Staatscommissie, waarvan de eerstondergeteekende 1 de eer had deel uit te maken, meende haar taak niet .te mogen beëindigen met het ontwerpen van een Bedelarij wet en een Drankzuchtigen wet, doch achtte het noodzakelijk, dat naast deze beide wettelijke regelingen als een onmisbare aanvulling zou tot stand komen een Wet op Woonwagens en Woonschepen,

Deze wetsvoordracht strekt, om uitvoering te geven aan dit onderdeel van de voorstellen der Staatscommissie, een onderdeel, dat ook zeer wel voor zelfstandige regeling vatbaar is en dat, als zijnde van de drie onderwerpen dat van den meest eenvoudigen aard, het eerst voor behandeling door de Wetgevende Macht in aanmerking kan komen.

Ofschoon de ondergeteekenden 2 zich met het door de Staatscommissie aanbevolen stelsel over het algemeen zeer goed konden vereenigen en voor een uiteenzetting van den bestaanden toestand en de daaraan verbonden nadeelen met betrekking tot woonwagens en woonschepen met algeheele instemming naar het rapport dier Staatscommissie kunnen verwijzen,

1 De toenmalige Minister van Justitie Mr. E. R. H. Regout.

2 Behalve den onder 1genosmde,detoenmalige Minister van Binnenlandsche Zaken Mr. Th. Heemskerk.

Sluiten