Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 23

Behalve op hen, die van een voer- of vaartuig gebruik maken, zonder dat eenige vergunning is verleend, is dit artikel voorts óók toepasselijk op hen, die in een woonwagen of woonschip verblijf houden, waarvoor wèl vergunning is verleend, doch waarin de vergunning niet op duidelijk waarneembare wijze is opgehangen." (M. v. T.)

Verg. art. 23.

Art. 22. Met geldboete van ten hoogste honderd gulden of hechtenis van ten hoogste één maand wordt gestraft hij, die in een woonwagen of een woonschip woont of daarin nachtverblijf heeft, zonder dat zijn naam overeenkomstig het bepaalde bij artikel 5 dezer wet geplaatst is op de op duidelijk waarneembare wijze in den woonwagen of het woonschip opgehangen vergunning.

Volgens de M. v. T. is de strekking dezer bepaling hem, die een woonwagen of woonschip betrekt, de verplichting op te leggen, mede te zorgen voor handhaving der wet.

Ook hier moet eventueel het opportuniteitsbeginsel tegen te gestrenge wetstoepassing uitkomst bieden, bijv. ten gunste van een zwerver, dievoor een enkele maal in een woning of een schip onderkomen zoekt. Vergelijk ook art. 23.

Art. 23. De artikelen 21 en 22 zijn niet van toepassing op de getrouwde vrouw, die niet van tafel en bed is gescheiden, op minderjarigen en op onder curateele gestelde meerderjarigen, indien de echtgenoot, diegene der ouders die de ouderlijke macht over den minderjarige uitoefent, de voogd of de curator mede in den woonwagen of het woonschip woont of nachtverblijf heeft.

Verg. het bepaalde bij art. 43 der Woningwet.

Sluiten