is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 26sten Juli 1918, S. 492, zooals die wet is gewijzigd bij de wet van 11 Januari 1919, S. 16, houdende regeling betreffende woonwagens en woonschepen (Wet op woonwagens en woonschepen 1918, S.492)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 28

de bij artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de marechaussee, alle andere ambtenaren van Rijks- en gemeentepolitie, alsmede de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen, dienstdoende binnen den afstand van de Rijksgrens, aangewezen ingevolge artikel 177 der wet van 26 Augustus 1822 (Staatsblad n°. 38), laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 April 1916 (Staatsblad n°. 175),

Zij treden den woonwagen of het woonschip niet binnen dan op vertoon van een schriftelijken algemeenen of bijzonderen last van den Officier of van een hulp-officier van justitie. Yan dit binnentreden wordt door hen proces-verbaal opgemaakt, dat, zoo mogelijk, binnen tweemaal vier-en-twintig uren aan dengene, wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt medegedeeld.

Art. 28. De bestuurder van een woonwagen of woonschip is verplicht op de eerste vordering van de in artikel 27 genoemde ambtenaren den woonwagen of het woonschip te doen stilhouden.

Op overtreding van dit voorschrift staat de straf van art. 184 Wetboek van Strafrecht.

Art. 29. De feiten bij en krachtens deze wet strafbaar gesteld zijn overtredingen.

Art. 30. Alle stukken, opgemaakt ter voldoening aan deze wet, worden kosteloos uitgereikt.

De in dit artikel bedoelde stukken zijn o >k vrij van zegel en behoeven niet te worden geregistreerd.

Art. 31. Alle provinciale-, plaatselijke* en waterschapsverordeningen be-