is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 26sten Juli 1918, S. 492, zooals die wet is gewijzigd bij de wet van 11 Januari 1919, S. 16, houdende regeling betreffende woonwagens en woonschepen (Wet op woonwagens en woonschepen 1918, S.492)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minister van Justitie bij de uitvoering de wet. 15. 16. 17. 18. 1.

Onbruikbaarmaking van woonwagen of woonschip. 26.

Onderwijs. Verzekering van regelmatig 11.12.

Opsporing van overtredingen. 27. 28.

Overgang van de vergunning bij overlijden 9. 19.

Overgangsbepaling. 35.

Plaatselijke verordeningen. Vervallen en geldigheid van — 31.

Provinciale verordeningen. Vervallen van —31

R3tributie. Heffing van — door gemeenten. 31.

Strafbepalingen. 20—25. 29.

Subsidie uit 's Rijks kas. 36.

Titel. 33.

Tijdelijke vergunning. 3. 19.

Verbeurdverklaring van woonwagen of woonschip. 26.

Vergunning. Vereischte van — 2.

„ Aanvrage en verleenen van de — 3. 19.

„ Tijdelijke — 3. 7.

„ Inhoud der — 4. 5. 6.

„ Duur der — 8.

„ Overgang der — bij overlijden. 9.

„ Weigering van de — 10. 11. 15. 19.

„ Intrekking der — 12. 13. 16. 17. 19.

„ Inlevering van een vervallen of ingetrokken — 18.

„ krachtens overgangsbepaling. 35.

\ ernietiging van woonwagen of woonschip. 26.

Veroordeeling van den houder der vergunning. 11. 12. 14. 19. 26.

Verordeningen. Voortbestaan en geldigheid van — 31.

Waterschapsverordeningen Vervallen van 31.

Woonplaats. Vereischte van het kiezen van

3. 17.