is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 30 September 1893, S. 146, zooals die wet is gewijzigd bij de wetten van 30 December 1904, S. 284, 10 Februari 1910, S. 56, 7 Januari 1911, S. 5 en 8 Februari 1912, S. 64 houdende bepalingen op de fabrieks- en handelsmerken (merkenwet)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

partijen, of alleen van de verkrijgende partij indien ook de overgang van het merk voldoende blijkt uit het in het vorige lid bedoelde uittreksel, voor wat betreft merken overeenkomstig art. 8 ingeschreven, nadat van het Internationaal Bureau te Bern bericht van de aanteekening aldaar van den overgang zal zijn ontvangen.

Voor kosten van aanteekening van den overgang van een merk, overeenkomstig art. 5 ingeschreven, is een bedrag van vijf gulden verschuldigd, bij het verzoek tot die aanteekening te voldoen.

Alinea 1. De conditie aan den overgang van handelsmerken verbonden, is in navolging van verschillende buitenlandsche wetgevingen opgenomen en strekt tot waarborg tegen misbruiken. De handelsmerken toch maken inderdaad een integreerend bestanddeel uit van de onderneming, waarin ze gebezigd worden, en men meent, dat zij, daarvan afgescheiden, slechts aanleiding zou kunnen geven tot ongewenschte speoulatiën, die dikwerf op niets anders uitloopen dan op misleiding van het publiek, daar zij, in andere ondernemingen gebruikt, dienen tot dekking van andere waren dan waarvoor zij vroeger tot aanbeveling plegen te strekken.

Dit is de hoofdreden waarom de conditie, in navolging van de Oostenrijksche, Belgische en andere wetgevingen, ook hier is opgenomen. (Antw. Minister van Justitie, beraadsl. 2f Kamer.)

In de wet komt geen verbod van overdracht van het recht op een merk voor : art. 20, al handelt het alleen over ingeschreven merken, berust juist op de onderstelling van vatbaarheid van het recht voor overdracht. ,Beschikking van den Hoogen Raad van 9 Juni 1911, W. 9246.)

— alinea 3. Deze alinea is aldus aangevuld bij de wet van 30 December 1904, S. 2S4.