Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de woorden van Professor Lorentz volgde een warm applaus als blijk van instemming en waardeering. Hierna stond Mr. Joh. Enschede, ondervoorzitter der Maatschappij van Nijverheid op om namens het hoofdbestuur aan het Leidsch Departement en zijne medewerkers dank te brengen voor hetgeen door het Departement was tot stand gebracht en hulde te bewijzen aan hunne werkzaamheid : want slechts door noesten arbeid der Departementen wordt hunne kracht ontwikkeld, welke aan de Maatschappij van Nijverheid als het groote geheel moet ten goede komen. Zijne korte toespraak eindigde hij met de hoop uit te spreken, dat de Maatschappij door haar Leidsch Departement der Leidsche industrie nieuwen steun zou hebben verleend.

Nu was dan het oogenblik gekomen waarnaar alle aanwezigen met zooveel spanning hadden uitgezien: de oflicieele opening door den Eere-Voorzitter Mr. N. de Ridder.

„Ik weet het, Professor Lorentz," zeide hij, „veel lof te hooren, wordt door U niet begeerd, is U zelfs niet aangenaam; maar eenige woorden kan ik toch niet terughouden. Mij is het uit ervaring bekend hoe, zoo iemand, dan zeker gij het geheim bezit om over streng wetenschappelijke onderwerpen populair in den goeden zin des woords te spreken. Welnu, dat hebben wij heden weder van U mogen ervaren. Ons, leeken, die wij zijn op het gebied der wetenschap, door U met meesterschap beheerscht, hebt ge veel duidelijk gemaakt, veel opgehelderd van hetgeen ons niet klaar voor den geest stond. En niet alleen dit, maar ook dat het een voorrecht is voor deze

Sluiten