Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij wekke door den lenteadem des Geestes nieuw, frisch leven, een leven, dat zich openbaart in liet leven voor den Heer, maar ook in het leven voor anderen, in het opzoeken van verlorenen, in het helpen van ongelukkigen, in het tranen drogen van emartlijdenden, in het geven 0111 niet, gelijk men immers om niet ontvangen heeft.

Na dit inleidend woord laten wij verschillende verslagen van eenige onzer voornaamste medearbeiders volgen. Allereerst geven wij het woord aan den godsdienstonderwijzer, wiens voornaamste arbeid is het

Huisbezoek.

Van 1 Mei 1877 tot 1 Juli 1879 was de Heer G. W. van Leussen als godsdienstonderwijzer der Chr. Wijkvereeniging werkzaam. Toen werd hij vervangen door den heer A. van Os, die 1 November 1881 naar Amsterdam vertrok, om onder Israël te arbeiden, waarna de Heer M. Goosen alhier den arbeid voortzette. De laatste werd 17 Juli 1885 door den Heer overgebracht naar een hetere wereld, terwijl ik op 1 September van dat zelfde jaar den arbeid aanvaardde. De wijkbewoners wisten dus reeds lang dat Ds. De Wolff een godsdienstonderwijzer had, om hem in het huisbezoek ter zijde te staan. Dit maakte het mij eenigszins gemakkelijk. Toch werd ik niet overal vriendelijk ontvangen. Ik denk o. a. aan een vrouw, die niet thuis was, maar, een oogenblik later thuis komende , door haar buren op mij opmerkzaam werd gemaakt met de woorden: „Buurvrouw, daar is een heer van het Wijkgebouw, die komt je bezoeken," Zij kreeg

tot antwoord: „Die vent kan naar den hl loopen. Dit

bemoedigde niet. Gelukkig is zij later beleefder gewoiden, ook kwam haar dochter bij mij op catechisatie en een inwonend kleinkind op de Zondagschool. Even onvriendelijk was de ontmoeting met meer dan een, die van andere lichting zijnde dan Ds. De Wolff, alle onderhoud over de

Sluiten