Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laertes, en den roemzuchtigen Fortinbras, die als een echt Gasgogner vecht om een stroobreedte gronds, waar zijn krijgers zich niet eens kunnen roeren en zij hun dooden niet goed zouden kunnen begraven.

Een ander deel wil het overlaten aan tooneelspelers-intiatief. Men hangt, zooals de heer van Hall wil doen, den Hamlet dieof-die, den traditioneelen obscuren mantel om, en hoopt dat de geest te gelegener tijd wel eens door de plooien heen zal gluren. Nu, dat heeft hij mogelijk wel eens gedaan, al is de heele Hamlet daarbij nooit zoo goed voor den dag gekomen, dat men hem als den echten, den waren herkende. Neen, niet voor niets staan de regels voor tooneelspelers juist in Hamlet; de Hamlet is geen opgaaf voor een tooneelspel als tooneelspeler.

Het is alsof alle dramaturgisch besef van den rechten weg afgeleid, van den Hamlet expres een duister probleem wil maken. Men zocht het steeds op wegen, waarop de waarheid niet te vinden is. Staan wij dan nog zoo zeer in het teeken van den Werther, van het Faust- en het Bijbel-commentaar, dat wij het in een gewild grübeln en een gewilde duisterheid moeten zoeken ? Of zoozeer pakt ons nog de stroom der wilde poëzie van de Elisabethiaansche periode, dat wij vergeten welk een helderziendheid, welk een verbijsterende klaarheid er uit den bouw van Shakespeare's drama's spreekt. Nooit hebben begeestering en vernuft, roes en bezinning zich in eenige poëzie zoo harmonisch naast elkaar bewogen. Hier ligt het eerste punt waarvan het nieuwe Hamlet commentaar moet uitgaan: de zin van Shakespeare's woorden is klaar, zijn zinsbouw helder. Dat is geen stelling in de ruimte. Het is een daadzaak. De structuur van zijn werk is meesterlijk, van een architectonisch perfecten, aaneengesloten bouw zonder een enkele zwakke plaats. Maar gezet in het volle, klare zonlicht der bezinning, hoe fel en duidelijk het ook voor ons staat, blijft het een myrakuleus wonder, vol geheimenis.

Het commentaar nu heeft inhoud en vorm met elkaar verward. Men moet het niet zoeken in een vorm waarop de beste dramaturg niets aan te merken heeft, of hij moet er als een boekenwurm niets van weten. Het geheimzinnige ligt in het onzichtbare deel er van, en het is niet in een gezochte duisternis, in een gewild diepzinnige zinsbouw, maar in ononwonden duidelijkheid, dat het tot ons spreekt, als men maar hoort en ziet wat deze Shakespearsche partituur ons vertelt.

Sluiten