Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avondlijken weg, schimmen vermoeden en in de onbestemd zwervende moerasgeruchten meenden wij het klagen en zuchten van dwalende geesten te hooren.

Waar geloot' is, zegt een volkswoord, is ook bijgeloof, Shakespeare kwam van buiten en in hem zal in zijn jongenstijd een goed doel van dat echte, oude bijgeloof geleefd hebben. In zijn fantasie kon hij die schuimmenwereld op nieuw oproepen tot levende daadwerkelijkheid. In den schijn zijner kunst heeft hij dit geloof van zijn kindertijd kunnen vastleggen.

Bedenk wel dat het de kerk is die dit geloof aan geesten bijgeloof noemt. Niet kerksch-geloovigen, noemen ook het geloof aan Bijbelsche wonderen, bijgeloof, en de heilige boodschappers van het goddelijke, fantasie-beelders.

Of het een vorm van geloof of' bijgeloof is, komt er uit een oogpunt van kunst voor ons betoog niet op aan. Het is voor ons alleen maar belangrijk te weten of Hamlet niet alleen in de waarachtigheid dier verschijning, maar ook in de betrouwbaarheid van den geheimzinnigen openbaarder van het wonderlijke dat er leeft, van den boozen geest van verderf die het hofleven ondermijnt, gelooft. De verschijning is, zegt Marcellus onverwondbaar als de lucht.

Begrijp welk een stuwende kracht er van deze geestverschijning uit gaat. Hij, de geest, schrijft het Mene Tekel in de lucht, duidelijk zichtbaar voor allen aan wien hij zich vertoont. Maar alleen aan Hamlet, den meest vermoedende, openbaart hij alles, en hij geeft hem o. a, deze woorden mee: bevlek uw geest niet, Hamlet! En Hamlet, die wil weten dat hij niet in droomen wandelt, teekent verkondiging en wachtwoord op: Mieu, adieu! remember me!

Hoe vaak heeft men dit motief misverstaan!

Er is een beteekenisvolle legende die zegt dat Shakespeare zelf den geest speelde. Thans draagt een regie, die geheel het spoor bijster is, deze fenomenale rol op aan middelmatige krachten. En welk een tooneelspeler is er niet noodig, om ons den huiver van dit ontzagwekkende te doen ondergaan. Welke uitdrukkingsvolle stem is uitdrukkingsvol genoeg!

Dat is dus het fond in eersten aanleg waartegen het drama staat. Laten we nu zien, wat er voor Hamlet te doen valt.

Ik wil nu, voor we verder gaan, enkele der voornaamste grieven die men tegen Hamlet en Shakespeare heeft, opsommen. Men zal aanstonds zien van hoeveel ongemotiveerdheid ze getuigen.

Sluiten