Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Straks riep de Koningin, wie hulde zij gegeven !

U tot de hoogste eer, als d'eersten naast Haar troon.

En heeft geweld en list U van Uw plaats gedreven,

Voor wat Gij hebt gewrocht, zij U de dank geboön !

Spaar' God Uw leven met Uw' gaven en Uw' krachten, Om straks U weêr, door Zijn aanbiddelijk bestuur,

Staat, School en Kerk ten heil, waarnaar wij smeekend smachten, Te brengen aan 't bewind, en dan voor langer duur!

Naar waarde kunnen wij den zegen nimmer prijzen,

Dien onzer Vaadren God door U ons heeft verleend,

Ootmoedig willen wij Hem daarvoor dank bewijzen,

Met U ook neêrgeknield, als broedren saam vereend!

Voor U klimt 't smeekgebed uit duizenden van monden,

Wien Gij ten zegen waart, tot Gods genadetroon:

„Laat Doctor Kuyper lang nog aan ons zijn verbonden,

Draagt ook zijn helder hoofd der grijsheid eerekroon 1"

Geen roede is U gespaard: Uw kind en straks Uw Gade Zij wierden U ontscheurd aan 't teêr liefhebbend hart;

Maar toen ook vondt Gij kracht en troost in Gods genade, Tot sterking Uws geloofs, tot heeling van Uw smart.

En straks volgt Gij hen na: de dood blijft ook U wenken; Maar 't licht van Uwen geest straalt voort in 't nageslacht;

De kindren van ons volk, zij zullen nog gedenken,

Met dank aan hunnen God, wat Gij hebt voortgebracht.

En schittert hier Uw licht in lands en kerkhistorie,

Als 't straks voor deze aard — zij 't spa! — te onder ga:

Gijzelf straalt 't eeuwig uit in vollen glans en glorie In 's Hemels zaalge sfeer, tot roem van Gods gena!

D. J. KARSSEN.

Amsterdam, 29 October 1907.

Sluiten