Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het anti-rev. vaandel is dopr hen niet omhoog geheven. Dat mocht onze Groen van Prinsterer doen. Als een Mozes versmaadde deze de hoogste eere-ambten en verkoos hij liever met het volk van God smaadheid te lijden. Hij wenschte met zijne vele en groote gaven, welke hij van Zijnen Schepper had ontvangen, zijn God te dienen. Hij mocht, nadat hij in Brussel de revolutie had leeren kennen van aangezicht tot aangezicht, inzien, dat de revolutie is afval van den levenden God, van dien God, dien hij had liefgekregen. Het mocht zijn levensdoel en levenstaak worden, die Revolutie te bestrijden tot zijn laatsten snik en zoo zagen wij hem als „Een anti-rev. staatsman" optreden. Maar meer nog! Wij mochten ook onzen Groen aanschouwen in het huisarchief van Oranje, en zagen, hoe hij zag, dat de beginselen van een Willem den Zwijger, van Maurits, van Stadhouder Willem III ons volk hadden groot gemaakt, en dat alleen die beginselen Nederland kunnen hehouden. Als Christelijk-historisch staatsman trad Groen voor ons op.

Groens leven was een leven van strijd voor de beginselen. Sprak men: „ik ben geen partijman", Groen antwoordde: „ik wèl. In den strijd der beginselen, die Europa en Nederland verdeelen, heb ik een keuze gedaan: aan beginselen heb ik mijn leven gewijd". Waar Groen ook optrad, overal ontrolde hij de banier des kruises. Hij was een getuige van zijnen Koning. De strijd, dien hij streed was zwaar, daar de vijanden hem verachtten en zijne vrienden zoo dikwijls ontrouw werden bevonden. Toch bezweek Groen niet, omdat hij aangedaan had de volle wapenrusting Gods. Groen mocht de grondvesten der anti-rev. partij leggen, waar het hem gegeven werd, de staatkunde naar anti-rev. beginselen uit te stippelen.

Het verledene deed ons Bilderdijk en Da Costa kennen, als stemmen van roependen in de woestijn, maar het gaf

Sluiten