Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang. Het wordt er daardoor niet gemakkelijker op, den eigen, persoonlijken indruk zuiver weer te geven.

Maar in de tweede plaats: het leven van Dr. Kuyper is zoo rijk, zoo veelzijdig, zoo grootsch in menig opzicht, dat de gewone maat hier te kort schiet. Als ge de hoogte van een berg wilt vermelden, gaat dat gemakkelijk genoeg: zooveel duizend meter. En dan weet ge toch eigenlijk nog niet veel. Om de eenvoudige reden, dat ge u die duizenden meters toch niet kunt voorstellen. Wil men dan dat voorstellingsvermogen eenigszins te hulp komen, dan kan men er nog bijvoegen:

Zooveel Westertorens of zooveel Domtorens op elkaar. Vreeselijk, wat hoog! zegt dan een Amsterdamsche jongen, die nooit verder is geweest dan Kraantje-lek (een bekend plekje in de duinen bij Haarlem).

Maar bij menschen gaat dat zoo gemakkelijk niet. Een groot man! — „Hoe groot?" Ja, daar zit ge. En ge kunt er u niet afmaken, zooals bij dien berg, met te zeggen: zooveel duizend meter. Ge moet wel gaan vergelijken. En ook dat laat vaak nog onbevredigd. Bovendien kan het dan nog gebeuren, wat wel eens menschen overkomt, die voor het eerst van hun leven een bergreus zien: ze zijn teleurgesteld. „Ik had me zoo n berg toch nog hooger voorgesteld!" zegt deze of gene dan niet zonder naïviteit.

Het beste middel is dan, dien berg maar te beklimmen. En dan stijgt ge, uren en uren lang. Ge kunt bijna niet meer. En toch hebt ge den top nog niet bereikt. Dus gaat ge weer verder. Het landschap beneden verdwijnt hoe langer hoe meer; het ontzinkt langzaam aan uw blik. Eindelijk hebt ge den top bereikt; het „zooveel-duizend-meter" is thans wat meer reëel voor u geworden: het is niet langer een vage omschrijving.

Moet het eigenlijk zoo ook niet gaan, wanneer we over een groot man spreken? Het geeft niet veel, of het u al

Sluiten