Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door deze ruimte van blik is vóórkomen, dat de antirevolutionaire partij, na haar eerste doel in 1889 te hebben bereikt, ineenzonk. Daartoe heeft natuurlijk niet weinig bijgedragen de oprichting der Vrije Universiteit. Beter dan iemand anders wellicht, zag Dr. Kuyper in dat, wil men op den duur staande blijven tegenover Ongeloof en Revolutie, voor elk onderdeel van het gebied der wetenschap het verband tusschen het christelijk geloof en de wetenschap behoort te worden aangetoond. Nog steeds wordt dit door de Christenen die buiten de V. U. staan, niet of ter nauwernood ingezien, wordt door hen in allerlei christelijke zaken behalve in Christelijk Hooger Onderwijs belang gesteld, en over het hoofd gezien, dat tegen de richting der sociaaldemocratie slechts een op de Openbaring steunende wetenschap bestand is.

De oprichting der V. U. is dan ook ongetwijfeld een daad geweest van het hoogste gewicht voor de toekomst. Zij moest echter tevens een der oorzaken worden, die het verband losmaakten dat tot aan hare oprichting de christelijke groepen zoo nauw had vereenigd. Want zij kon alleen op den steun der gereformeerden rekenen, indien haar theologische faculteit de gereformeerde theologie doceerde, en ook de andere faculteiten geschoeid werden op „gereformeerde beginselen", waarvan echter de beteekenis en inhoud objectief niet waren, en ook nooit zullen kunnen worden vastgesteld. Dezelfde verdeeldheid als in de Kerken bestaat, deed zich in meerder of minder mate gevoelen op politiek terrein, en de scheuring, door de doleantie veroorzaakt, werkte op alle andere verhoudingen terug. Hoever dat gaan zal is niet te voorspellen; vast staat evenveel, dat ook deze kerkelijke strijd door Dr. Kuyper met verwonderlijk beleid en taaie volharding is gevoerd. In eigen kring heeft hij dan ook bijna eiken tegenstand, o. a. dien van de Theologische School te Kampen, weten te overwinnen.

Sluiten