Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroomheid, die den broederen onder het oog brengt het verzaken van hun heerlijk beginsel; hoe treft u in deze zaak de waardige houding van onzijdigheid tegenover den eigen landsman, die geen oog heeft voor de kern der zaak, waar het om gaat. Steeds voelt ge het heenwijzen naar de hoogere eenheid, die staat boven alle aardsche verschillen, en de plicht der eene heilige, algemeene Christelijke Kerk, om in eenigheid kracht te zoeken tegenover den geest uit den afgrond. Maar de natuurlijke mensch verstaat niet hetgeen des Geestes is, en wie zelf den geestelijken band van de onzienlijke Kerk niet voelt, kan niet begrijpen den strijd, dien de zienlijke Kerk te voeren heeft; daarom kan het niet verwonderen, dat degenen die in den strijd aan de spits staan, miskenning en verguizing te wachten hebben. De dienaar is niet meer dan zijn Meester.

Maar hoezeer ook God den geest van den mensch tot groote werken bekwamen kan, hij woont in het lichaam, zoolang er leven is; en hij wordt door dat lichaam geremd, ZOO vaak het mat en moe is, en zijn hart is bedroefd en doet zeer, zoo dikwerf als de menschen hem wonden. En vreeselijker dan de lichamelijke afmatting is de geestelijke strijd, waaraan zoo min buitengewone persoonlijkheden ontkomen als de allereenvoudigste. Want immer is de vijan der zielen er op uit, de zielen te verleiden en door waandenkbeelden te bedriegen; en naarmate de persoon machtiger is in zijn geheele optreden, zijn ook de aanvechtingen ontzettender. De dagen van druk worden ook aan di gemoed niet bespaard; de dagen waarin de hemel met wolken en donkerheid is bedekt, wanneer de vleugelen machteloos neerhangen, bezwaard door het gewicht van verantwoordelijkheid en arbeidsdrang; wanneer de hersenen zeer doen en het denken traag gaat; waarin de mensch voelt toch maar een mènsch te zijn, een schepsel, krach ig alleen door Gods ingeving en bezieling. Totdat de sterren

Sluiten