Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk een inzicht te verkrijgen, en dien dwang op zichzelf te leeren uitoefenen.

Daar is dan ook in dezen man een ouderdom, die jaloersch maakt, een steeds-wassen en zich-uitbreiden, een altijd-frissche kracht om zich van nieuwe onderwerpen meester te maken, een voortdurende ontwikkeling tot het zetten van nieuwe vrucht, die verbazing wekken.

Of het de geest is, die het lichaam draagt?

Al leert ons de Schrift, dat de geest als de meerdere over het lichaam heeft te heerschen, en al hebben de oudste wijsgeeren dit als de grootste wijsheid erkend, toch valt hieruit niet af te leiden, dat ziekte, verval en dood slechts schijnbeelden zouden zijn, gelijk de Christian Scientists heden zeggen. Maar zeker is het, dat God een zegen legt in orde en vastheid ook in het dagelijksch leven, en niet minder in het getrouw gebruiken tot Zijn eer van alle gaven en talenten door Hem geschonken. Waar in ieder menschenleven de eminente vraag blijft, of al dan niet de ziel door God werd aangeraakt, en daardoor haar begeeren werd omgekeerd, om nu den Schepper weer haar geheele zijn ten offer te brengen, daar danken we God, wanneer Hij mannen, met groote en sierlijke gaven toegerust, ook de gehoorzaamheid leert om die in Zijn dienst te besteden.

Bidden wij, dat God dit kostbaar leven bescherme en beschutte, nog verrijke en volmake, tot ook voor deze ziel het uur komt, wanneer zij zal terugkeeren tot Hem, Die haar gemaakt heeft, en, ingaande door de parelen poort, haar de welkomsgroet zal tegenklinken: „Kom. gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten; ga in in de vreugde uws Heeren !"

W. VAN MARLE.

Sluiten