Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de groote staatslieden van schier geheel de wereld voeling houdt, die, verdreven van zijn zetel als minister, de „Oude Wereldzee" omreist, land na land bezoekt, en overal zijn oog open houdt en zijn oor te luisteren legt, of hij nog iets ontdekken kan van de belijdenis en de erkentenis van Jezus Christus als Gods gezalfden Koning, of er onder de naar Christus genoemde volken nog sporen zijn te ontdekken van een nederbuigen voor den Christus, van een erkentenis, dat Hij hun Heer is.

O, wij weten het: menschen te vergoden is een zeer groote zonde. Doch wij weten ook, dat menschen te verguizen geen deugd is, maar een miskennen van het werk Gods, van het beeld Gods, van het welbehagen Gods in menschen.

Vondel, in zijn „Lucifer", legt ergens den engelen deze woorden in den mond: Laat ons God in Adam eeren.

Dat is het!

Als wij dat verstaan, blijven we bewaard voor de zonde van menschvergoding en menschverguizing. Dan danken wij onzen God voor wat Hij ons volk in Dr. Kuyper geschonken heeft. Dan bidden wij om nog jaren levens, en om die groenheid in de grijsheid, die vruchten draagt, om te verkondigen dat de Heere recht is. Dan betrachten we het woord van den heiligen Apostel, 1 Cor. 3:21—23: Niemand dan roeme op menschen, want alles is uwe. Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn allen uwe; doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.

A. G-

* *

*

Uit het leven van Dr. Abraham Kuyper.

Slechts enkele trekken.

Op korten afstand van Geldermalsen, in een bocht van

Sluiten