Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreft thans, meer dan ooit, de hoogste en de heiligste belangen van een volk: zijn godsdienst, zijn vrijheden en rechten, die in de handen van een voortschrijdende sociaaldemocratie en anarchie niet veilig zijn.

Daarom ook hebben we zoo groote rede tot dankbaarheid, dat we ons veilig kunnen toevertrouwen aan de beproefde leiding van onze partij. Door haar heeft God ons zooveel goeds, zooveel liefelijks geschonken. Hij heeft kennelijk den arbeid van onze partij willen zegenen ten bate van heel ons vaderland. Iets, dat voor ieder antirevolutionair een aanwijzing behoort te zijn om voort te

varen in de richting, die het scheepje onzer partij sinds 1871 heeft gevolgd.

Van mijn anti-revolutionaire lezers kan ik niet aannemen, dat eén van hen aanmerking er op zal maken dat in een Brief, voorkomende in De Standaard, gewezen is op de beteekenis van de tegenstelling tusschen 1837 en 1907.

Mocht het zijn, dan zou ik willen antwoorden, dat een Brief niet onmiddellijk verband houdt met het redactioneel gedeelte, dat deze Brieven min of meer een persoonlijk cachet hebben; en voorts ... dat hoewel schrijver dezer allengs gaat behooren tot de oude garde, hij toch wel zijn gevoelens over die tegenstelling mag zeggen in het blad, dat op zijn denken en leven van zoo grooten invloed is geweest. En overigens: Honny soit qui mal y pense!

Stichtsche Courant.

Dr. A. Kuyper.

1837. 29 October. 1907.

Men kan, zoo men zich geroepen ziet over een of ander

Sluiten