Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo reusachtig en verscheiden geheel, dat het zijn toe-

komstigen biografen boekdeelen vol te schrijven zal geven.

Het leven van Dr. Kuyper is een belangrijk stuk vaderlandsche geschiedenis.

Maar het is niet mijn doel, thans over de beteekenis van den anti-revolutionairen Staatsman uit te weiden. Ik heb niets anders te doen, dan in hoofdzaak, en uitteraard eenigszins beknopt, weer te geven, wat ik uit zijn mond mocht opteekenen in het korte onderhoud, mij dezer dagen toegestaan.

Alvorens Dr. Kuyper mij het een en ander uit zijn leven mededeelde, veroorloofde ik mij de vraag, of hij een candidatuur voor Schiedam zou hebben aangenomen.

„Bijna zeker niet", luidde het antwoord. „Ik heb het werkelijk al druk genoeg, en ik moet het tweede deel van mijn reisboek nog geheel schrijven. Bovendien des avonds na negen uur werk ik niet. Dat acht ik een gezondheidsmaatregel. Door veel inspanning heb ik mij in vroeger jaren tijdens mijn eerste lidmaatschap van de Kamer — ik had toen voor Gouda zitting — een zware zenuwziekte op den hals gehaald. Dat was in 1876. Ik had toen een moeilijken tijd achter den rug. In 1870 was ik predikant geworden in Amsterdam en had daar veel te volle kerken. Dit vermoeide, te meer daar ik toen reeds improviseerde. Dan was er veel te strijden in den kerkeraad. De modernen hadden daar nog het hooge woord en ik kreeg er de handen vol. Ik heb toen het debatteeren geleerd! Bovendien schreef ik sinds '69 in De Heraut en werd later De Standaard opgericht. Zoo raakte ik totaal overwerkt. Toen ik daarna, in '74, in de Kamer kwam, was ik feitelijk reeds op. Ik leed bitter aan slapeloosheid, en toen ik den raad van mijn dokter opvolgde en chloraal-hydraat met volle teugen ging innemen, werd mijn zenuwgestel totaal ge-

Sluiten