Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarin zijn zeventig jaren, of zoo wij zeer sterk zijn tachtig jaren . . Herinneren we ons ook, dat door dezen nu Zeventigjarige zelf meer dan eens met blijkbare bekoring het beeld geteekend is van den leeftijd: „als de ouderdom daar is": . . Als achter het doffer geworden oog, de vonk van hemelsch licht in onzen oogappel mag glinsteren, dan maakt God ons dien ouden dag zoo heel anders, zoo veelszins rijk, een gestadige verkwikking der ziele„In het Woord zijns Gods dieper ingeleid, meer thuis in zijn heiligheden, de ziel meer aan de stille wateren zijn heils gewend". „Zoo achter den Goeden Herder aan gaande, door zijn stok en door zijn staf vertroost. Inniger in Gods verborgen omgang genietende, zijn zalige gemeenschap minder verre, en langduriger verkeerende in de tente zijner Goddelijke tegenwoordigheid".

Waar zoo wordt gesproken, daar is getuurd op de grijsheid. Daar werd de ouderdom gewacht — ingewacht. En zoo Horatius de lievelingsdichter ware óók van dezen „emeritus", en indien het „tempus abire tibi est" ook hem van de lippen kwam, het zou ditmaal niet zijn: „trillend en stokkend bij de moeilijke woorden" en „met bitterheid van klank".

Er volgt in Dr. Kuyper's meditatie meer, veel meer nog, dat we hier zouden willen afschrijven. Dit gaat echter niet. Maar het heet er ook: „. . . . Door de zijnen inniger nog geliefd". Neem dat „de zijnen" ruim, in zéér ruimen zin, het mag. Maar wat niet mag, wat eenvoudig niet kan, het is, er hier voorts ook maar één woord meer van te zeggen .. .

Onze tijd schrijft geen vaderlandsche geschiedenissen en overzichten van de historie onzer literatuur meer onder den titel „Hollands Roem in kunsten en wetenschappen". Nü ook geen krijgsgeschiedenissen meer: ,,NeêrIands Heldendaden te water en te land". Wij van onzen tijd zijn meer

Sluiten