Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich tegenover de O.-face dezer versterking ophouden om zich van den toestand op de hoogte Ie stellen, alvorens daaromtrent rapport te gaan uitbrengen.

Uit den aard der zaak waren de verschillende brigades, door het geschetste gevecht op een betrekkelijk beperkte ruimte, door elkander geraakt, zoodat de commandant der 1ste afdeeling, bij het doordringen in den suikerriettuin, in den rand daarvan aankwam met marechaussees van verschillende brigades (zie schets, bijlage YI).

In Z. W. richting een bamboedoeri-heg ontwarende, waaruit gevuurd werd, en in de meening verkeerende vluchtelingen uit de veroverde sterkte tegenover zich te hebben, ging hij met 15 marechaussees stormenderhand op den vijand in. Voor bedoelde heg gekomen, bemerkte hij echter voor eene versterking te staan, die zwaarder versterkt en veel talrijker bezet was dan de vorige. Yoor de O.-face aangekomen zijnde, begaf hij zich met de zijnen langs de hindernissen naar de Z.-face om den uitgang opte sporen, hopende dat de bezetting, haren terugtocht bedreigd ziende, de versterking zou verlaten. Hij kreeg bij deze beweging echter zooveel vuur, dat hij het niet geraden achtte met zijn weinige manschappen verder te gaan. Terugtrekkende naar de O.-face, nestelde hij zich aan den rand van de daar aangebrachte hindernissen in afwachting van de komst der andere brigades, onderwijl den vijand goed onder vuur houdende.

Dit kleine troepje heeft het zwaar te verantwoorden gehad. Yoor deZ.-face was een Amboineesch korporaal gesneuveld, een Europeesch sergeant, die vooraan liep, kreeg een schot in het linkerpolsgewricht, waardoor hij» zijn wapens liet vallen — deze werden echter onder svijands hevig vuui teruggehaald —, terwijl eindelijk de luitenant bij het teruggaan in een put viel, waaruit hij met veel moeite bevrijd werd.

De commandant der 3de afdeeling, hoorende dat in Z. W. richtinghevig gevuurd werd, verzamelde zijne brigades en snelde de onder den

Sluiten