Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•commandant der 1ste afdeeling derwaarts opgerukte marechaussees te iiulp. Deze, bemerkende dat hij bijgesprongen werd, trachtte onmiddellijk de versperringen over te klimmen, doch moest dit weldra opgeven, waarna pogingen in het werk gesteld werden daarin openingen te kappen. De staande verhakking (3 a 4 rijen) zat echter zoo stevig in elkander, dat men zonder hulp der genietroepen daarmede niet vorderde. Daarom gaf de commandant der marechaussee, die intusschen ook voor de versterking aangekomen was, last aan de halve sectie genietroepen, die na afloop der werkzaamheden in Poelö Tjitjém de marechaussee gevolgd waren, den arbeid van zijne troepen over te nemen.

Het vuur en het getier van den hier hardnekkig stand houdenden vijand, •alsmede de bezwaren verbonden aan het opruimen der hindernissen, waardoor verliezen aan onze zijde te duchten waren, gaven den commandant der marechaussee aanleiding hulp te verzoeken. Hij droeg daarom aan de -cavaleriepatrouille, die zich nog steeds in de onmiddellijke nabijheid der versterking ophield, op, het verzoek om hulp aan den Bevelhebber over te doen brengen. Dit verzoek werd overgegeven aan den commandant der cavalerie, waarna de overbrenger weder naar zijn post terugkeerde. Yer had hij daarvoor niet achteruit behoeven te rijden. Nog onder het vuur uit Koeta Poetöïh toch was hij den commandant der cavalerie tegengekomen , die, vergezeld van eenige cavaleristen, zich op de hoogte kwam -stellen van den toestand. Het volgend bericht werd daarop verzonden:

Aan den Opperbevelhebber.

Plaats van verzending: bij versterking Z. O.-hoek gampöng Bambi

(d. m. z. Poelö Tjitjém).

Uur van verzending: 8.25 v.m.

Datum: 12 Juni 1898.

Sluiten