Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheiden van de stof, moet worden aanvaard. De vraag is dus verder: is de menschelijke ziel van dezelfde natuur en dezelfde soort als de dierenziel, en alleen gradueel daarvan onderscheiden, of verschilt zij er van in wezen? Eerst dan is de vraag volledig beantwoord. Want wanneer men de vraag stelt, of de mensch een ziel heeft, bedoelt men er mee: bezit de mensch een ziel, waardoor hij van alle aardsche wezens, ook van het hoogst ontwikkelde dier, essentieel onderscheiden is. Het kwam ons noodzakelijk voor, de juiste beteekenis van het vraagstuk bij het begin onzer beschouwingen duidelijk en scherp uiteen te zetten, omdat door een goed begrip van datgene, waarom het eigenlijk gaat, veel misverstand voorkomen wordt.

2. De bewijzen voor het bestaan der ziel. Het is onmogelijk, reeds hier de bewijzen voor de drieledige stelling der scholastieke wijsbegeerte te geven. Immers het wezen van een ding is nooit onmiddellijk voor ons toegankelijk, maar moet worden afgeleid uit zijn werkingen. Wat de menschelijke ziel is, en of er een is, kan eerst dan worden ingezien, wanneer nauwkeurig langs empirischen weg is onderzocht, welke de werkingen zijn, die de mensch verricht. Daarom is de eenig juiste methode, die in de psychologie moet gevolgd worden, deze, dat men begint bij de feiten der ervaring, en door redeneering op de basis dier feiten het wezen der menschelijke ziel tracht op te bouwen.

Wij meenen hier dus te moeten volstaan met eene verwijzing naar de plaats, waar men later die bewijzen kan vinden:

a. dat de mensch een wezensbeginsel bezit, onderscheiden van de krachten der stof: Tweede Deel, Hoofdst. I, Art. 1;

b. dat dit wezensbeginsel is een zelfstandigheid: Tweede Deel, Hoofdst. I, Art. 2;

c. dat dit wezensbeginsel essentieel van de dierenziel is onderscheiden: Tweede Deel, Hoofdst. I, Art. 3.

3. Object, indeeling en methode der zielkunde.

I. Object. De zielkunde of de psychologie is de wetenschap der psyche. Nu kan men onder psyche verstaan ieder levensbeginsel, zoowel dat van de plant als dat van het dier en dat van den mensch. Oudtijds noemde men dan ook zielkunde de leer van de levende wezens. Tegenwoordig echter beperkt men de zielkunde tot de leer van die levende wezens, welke bewustzijn bezitten. Daaronder vallen dus de mensch en het dier. Dikwijls beperkt men het gebied nog enger en bepaalt de psychologie zich tot de wetenschap van den mensch als wezen mei bewustzijn begaafd. Ook wij zullen ons daartoe beperken, en wij zullen derhalve het psychische

Sluiten