Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gele koorts" wordt overgedragen door de muskietenfamilie „Stegomyia calopus of fasciata" welke alleen in het zuiden van Noord Amerika en het noorden van Zuid-Amerika voorkomt en wel door haar alleen. Ofschoon de parasiet (waarschijnlijk een bacterie) microscopisch nog niet is aangetoond, is toch hare tegenwoordigheid in het bloed het eerst door Finlay (1881) geconstateerd. Noch de uitwerpselen, noch de kleeren van den patiënt zijn besmettelijk.

Het bloed van den patiënt bevat de smetstof alleen op den vijfden dag nadat hij is geinfecteerd, terwijl wanneer hij dan door een Stegomyia wordt gebeten, deze laatste eerst na een tijdperk van 12 dagen zelf geinfecteerd wordt en dan pas in staat is de ziekte over te dragen. Bij elkaar zijn dus even meer dan twee weken noodig, alvorens secundaire ziektegevallen kunnen worden waargenomen.

De Stegomyia, welke alleen kan leven in warme vochtige landen, waar de temperatuur tusschen de 25 en 30° wisselt, is voornamelijk een stadsmuskiet en wordt gevonden in regenwatervaten, bassins, enz. Kenteekenend zijn de witte banden op de pooten en het achterlijf en de witte liervormige op de achterzijde van de thorax.

De vrouwelijke exemplaren zuigen alleen bloed op. Zij zijn het meest actief tegen den avond tot middernacht; koude vermindert hun steek- en broedlust, terwijl de eieren beneden de 68 op temperatuur gehouden niet meer uitkomen.

De larven zijn in het water zeer levendig, houden zich aan de wanden of kanten vast of verbergen zich in de reten en gaten, zoodat vaten, enz. duchtig dienen te worden schoongemaakt.

De eieren komen na 2 a 3 dagen uit; de normale levensduur van de larve is 6l/z tot 8 dagen en de poptoestand 2 tot 6 dagen.

Volgens Dr. Francis worden de larven nooit gevonden in straatgoten of plassen op wegen, die niet bestraat zijn, alzooineenigenpoel met aardachtigen bodem, maar altijd in de kunstmatig gevormde watervaten, zooals bassins, enz. Haar natuurlijk voedsel zijn groene algen en diatomeëen.

De ziekte is bij kinderen in het algemeen van een zachtaardig karakter en geeft hun een zekere immuniteit.

Het verloop van de temperatuur bij een volwassen gele koortslijder is in Fig. 9 voorgesteld. Na een incubatietijdperk (nooit langer dan 13 dagen) stijgt snel de temperatuur, gevolgd door een daling op den 3en dag. In het begin krijgt men rillingen of eenvoudig koud

Sluiten