Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langzaam, maar zoo noodig met eenige kracht, in de richting van den bekkeningang een eindweegs naar beneden. De drukkende hand neemt dus eenvoudig de rol van de buikpers over, en men gebruikt het corpus uteri alleen als den zuiger, waarmede men een spuit (hier cervix en vagina) van haar inhoud (hier de placenta) ontdoet. Daardoor komt de moederkoek in of geheel buiten de vulva. Of wel men kan, zooals Kouwer verkiest, de hand onder het corpus uteri plaatsen en de placenta uit het zichtbaar of voelbaar daardoor opgevulde onderste uterussegment naar beneden strijken en haar zoo naar buiten doen komen. Men vat dan de placenta met behoorlijk gereinigde hand beet, haalt haar zoo noodig, geheel naar buiten, en draait haar, zonder er verder aan te trekken, steeds in dezelfde richting om. Daarmede rolt men de achteraan komende vliezen tot een resistentere streng op, verscheurt door dit in elkander draaien geleidelijk den nog tusschen de vliezen en den baarmoederwand bestaanden samenhang, en ziet dan gewoonlijk den rest van den eivlieszak in eens uit de vulva glijden. Scheuren desniettegenstaande de vliezen af, dan pakt men het ineengedraaide, afgescheurde einde met een klempincet, en verwijdert den rest door in dezelfde richting verder te draaien. Daarmede is het nageboortetijdperk en dus de geheele baring afgeloopen.

Hoe lang mag men nu de spontane loslating der placenta afwachten, en hoe moet men zich tijdens dat afwachten gedragen? Op de eerste vraag een nauwkeurig antwoord te geven, daarbij afziende van alle mogelijke, ook van de veel voorkomende stoornissen in het derde tijdperk, is niet te doen. De om zijn snedige uitdrukkingen bekende Pajot heeft eens gezegd „1 obstétrique n'est pas une affaire d'horlogerie", en wanneer men als absoluten maatstaf een zeker aantal minuten neemt, waarin de uterus zich van de placenta moet hebben ontdaan, dan begaat men, althans in theorie, zeker een fout. Maar in de practijk kan men het zonder een, zij het ook eenigszins willekeurig gekozen tijdgrens moeilijk doen. Kwaad doet men daarmede niet, mits de tijd niet te kort genomen worde. Men wachte derhalve, zoo het niet duidelijk is, dat de

Sluiten