Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloedingen bij genuïne schrorapelnier 137, 364, 367

— bij parenchym. nephritis . 332

— en acute nephritis.. 285, 296

— en amyloied 398

— en uraemie 378

geneesmiddelen op de —.... 37 verbranding van de —.. 37, 285 ziekten van de — 47

Hyaline cylinders, zieCylinders.

— in normale urine 39, 415,119 v. Hydraemie 72, 132, 328, 352

zie ook Bloedsainenstelling.

— bij genuïne schrompelnier 366

— bij gladde schrompelnieren 340

— en hydrops 64, 296 v., 341

— en uraemie 341

Hydronephrose 497—503

— bijnephrolithiasis448, 498, 514

— bij pyelitis 489

— bij zwerfnier. 478, 481, 498, 501

diagnose 137, 501

differentieel-diagnose 501

— door abnormaal vaatverloop

11, 497 v.

— door belemmerden urineaf-

voer 460, 489, 497

fluctueerende tumor bij —.. 500

infectie van — 500

intermitteerende — 478, 481,

498, 501

leegdrukken van — 138

ovariaalcyste of — 502

punctie bij — 502 v.

schrompelnier bij — 500 v.

therapie 502

uraemie bij — 499, 501 v.

urine bij — 501

Hydropericardium. zie ook Se-

reuse vliezen 63, 378

Hydrops 63, 89, 216, 253, 264

— anasarca 65

— • ascites, zie Ascites 63

■— bij acute nephritis... 49,

295, 307, 319

— bij amyloiednier 331, 402 v.v.

Hydrops bij chloruraemie 92

— bij cliron. parenchymateuse

nephritis. 331 v., 339,345, 349

— bij diphtheritis-nephritis. 276

— bij genuïne schrompelnieren 367, 374, 386

— bij gladde schrompelnieren

340, 343, 345

— bij haemorrhag. nephritis 344 v.

— bij malaria-nephritis 66,

232, 295

—■ bij refriger. nephritis 65 v., 295

— bij roodvonk-nephritis 65,

274, 294 v.v.

— bij zwangerschapsnier 323, 325

— cachecticus 64

dieet bij — 220, 228, 238

— en anurie 69

— en eiwitgehalte der urine 297

— en hydraemie 297, 341

invloed op eiwitquotiënt.... 97 mechanische therapie van —

216, 349

renale — 64

stuwings — 64

theorieën over ontstaan — 64, 297 therapie van —... 216, 228, 349 Hydrothorax, zie ook Sereuse

vliezen 63, 378

Ilyperaemie v. d. nier. Actieve — 248

— bij de menopause 326

passieve —, zie Stuwingsnier 248

Hypernephromen 455

Hypertrophie der bijnierschors. 77 Hypertrophie van het hart, zie Hart —.

Hypertrophie van de nier 473

— bij hydronephrose 500

Hyposthenurie.. 152, 250, 268, 372 Hysterische anurie 257

-— neuralgie 462

I.

lcterus bij zwerfnieren 480

— en cylinders 38, 290

Sluiten