Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindelijk aan een derde gracht. Bruggen verbonden die grachten, muren en poorten versterkten de bolwerken. Hierachter verhief zich aan den Zuidwesthoek het forsche gebouw, dat, zoo lezen wij,*) „naar de kleur zijner steenen, den thans vrij romanesk klinkenden naam van de Blauwe Toren droeg; het was een sterke krijgstoren, geheel met geaderd marmer bekleed. Het plan van dezen toren, beneden rond, veranderde op de helft der hoogte in een achthoek, waaruit even zoo vele gevels met trapsgewijs gemetselde hellingen hunne toppen opwaarts hieven, en waaromheen, juist op dit punt van overgang eene rondom opene, doch overdekte gaanderij met hare arkels gebouwd was. Deze sterkte, die gewoonlijk niet dan in oorlogstijd en bij dreigend gevaar bewoond werd, was voorzien met verschillende zalen, kamers, kelders, keukens en andere gemakken, geschikt om eene vrij talrijke bemanning en goeden voorraad levensmiddelen gedurende vele weken te herbergen. Door eene versterkte brug aan het opperhof of tweede binnenplein verbonden, was het gewoonlijk de laatste plaats, waarin, bij eene belegering, de bezetting zich terugtrok."

Hier had zich in de laatste dagen de Drossaart van Gorcum teruggetrokken, en ook vele trouwe Katholieken kwamen er thans een toevluchtsoord zoeken.

In deze versterking nu liet de gardiaan de kerkelijke sieraden in veiligheid brengen, en zou zelf ook spoedig met zijne broeders en andere priesters en leeken der stad zich daarheen begeven.

De Drossaart beloofde zooveel mogelijk voor aller behoud te zorgen ; en met alle recht mocht men zich aan hem toevertrouwen. De edele Kaspar Turck immers, uit een aanzienlijk Geldersch geslacht gesproten, was

*) Alb. Thijm. Verspreide Verhalen. I. blz. 94. — Zie ook W. J. Hofdijk. Het Kasteel van Gorinchem. (Dietsche Warande, I. blz. 366.)

Sluiten