Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. Nicasius, die de koord in den mond had, nog bij het klare licht van den volgenden dag zieltoogde.

Zoo werden zij door de soldaten teruggevonden, die zich na hun heldenstuk eenigen tijd aan de rust hadden overgegeven. Zij keerden weder, die beulen, naar de plaats hunner misdaad, om zich te verlustigen in het gezicht hunner slachtoffers en hun wreedheid nog meer bot te vieren. Zij beroofden de gevangenen van de weinige kleederen, die zij nog aan hadden, en sneden daarop met hunne messen, — afschuwelijk om te verhalen, — den martelaren ooren en neus af, en staken die als pluimen en vederen op hun hoed „ende zijn alsoo, als treffelijck den Geus spelende, wederom in de stadt ghekeert." *) En heel het grauw van Den Briel liep uit, en kwam op zijne beurt de heilige lijken verminken; zij sneden die open en doorkorven ze, en dewijl zij bijgeloovig meenden, dat menschenvet een bijzondere heelkracht bezat, ontzagen zij zich niet, teneinde dit middel goedkoop te bekomen, de lijken open te spalken en het vet er uit te snijden. Zoo deden zij onder anderen met pater vicarius Hiëronymus, dien zij tot dat doel op een ladder hadden uitgestrekt. En al spoedig werd dat vet openlijk te koop aangeboden, ook op de markt van Gorcum, met aanduiding van den pater, van wien het afkomstig zou zijn. En al grooter werd de toeloop van het protestantsche grauw; allen wilden zich verlustigen in het schouwspel van zooveel gehangen papen, zoodat de poortwachters, die niet mede konden gaan, ten minste geld wilden beuren, en niemand langs die zijde uitlieten, of hij moest hun betalen.

En ook de kinderen, waardig gebroedsel van zulke ellendelingen, kwamen in deze schuur spelen met de lijken en die op hunne wijze verminken.

') (Van Tkylingen.) Op-lcomste der Neder-landtsche Beroerten, blz. 90.

Sluiten