Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over den tegenwoordigen toestand van het eerbiedwaardig gebeente dezer martelaren kunnen wij het volgende mededeelen.

Voor eenige weken begaven wij ons naar Swalmen, een dorp op een uur afstands van Roermond, alwaar, volgens de traditie, de reliquieën zich thans bevinden. Met de grootste welwillendheid stelde de Zeereerw. Heer P. Willemsen, pastoor aldaar, ons in staat zoowel de beenderen als de weinige er op betrekking hebbende geschriften in oogenschouw te nemen.

Eene groote, langwerpig vierkante houten kist, staande in eene kamer naast de kerk, werd voor ons ontsloten, en onmiddellijk viel ons oog op dertien doodshoofden; met eerbied hebben wij die één voor één beschouwd; zes zijn nog grootendeels gaaf en ongeschonden ; één is geheel en al aan stukken, en schijnt reeds van overlang zoo geweest te zijn, want wij zagen, hoe men vroeger die gedeelten aan elkander had verbonden door er van binnen eenig doek tegen te plakken. Een ander hoofd is aan de wandbeenderen met geweld, misschien met een knuppel, stukgeslagen, heeft daarenboven schuin boven het linkeroog een bluts, wellicht veroorzaakt door een slag met een zwaard of een hellebaard, en nog twee houwen van achteren. Hieruit vermoedden wij, dat wij den schedel in handen hadden van den glorievollen Broeder-portier Stephanus, wiens gruwzame vermoording wij u het eerst verhaalden.

Daarop zagen wij een schedel, ter linkerzijde half doorkloofd; een andere schedel was aan het linker en aan het rechterwandbeen, als met een zwaardslag, gekwetst; wederom een andere van voren boven het linkeroog; nog eene andere had schuin boven het linkeroog eene ronde opening als van een kogel en op het voorhoofd in het midden drie sneden. Een laatste eindelijk had

Sluiten