Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strafwet spreekt, kan de Inlander, behoudens zeer weinige uitzonderingen, niet van elkander onderscheiden en uit zijne wetten blijkt, dat in zijn oog de misdaad geenszins een vergrijp is tegen de zedelijkheid en de op de zedeleer gevestigde maatschappij, doch veeleer eene benadeeling der vermogensrechten van het individu, welke den dader jegens den beschadigde of zijne bloedverwanten tot schadevergoeding verplicht.

Terecht zegt dan ook de Heer Jonker in zijne belangrijke dissertatie over het Javaansche strafrecht, dat de schadevergoeding bij den Javaan op den voorgrond staat en dat met uitzondering van eenige gevallen, waarin het staatsbelang de bestraffing van den misdadiger vordert, de misdrijven slechts vervolgd worden op klachte van den benadeelde of diens geslacht.

Hoezeer het begrip van misdaad bij den Javaan zamenhangt met het denkbeeld van beschadiging, kan uit de Javaansche wetten blijken.

Zoo moeten volgens art. 25 van den Kitab Toepah bij doodslag op meerdere personen gepleegd, de erfgenamen door het lot laten beslissen, wie hunner den bloedprijs kan vorderen.

Daar niet de maatschappij, maar de beschadigde of zijne familie belang hebben bij de bestraffing van den schuldige, vervalt alle vervolging, indien de bloedverwanten van de aanklacht afzien.

Al wie —zegt art. 8 van de Nawolo Pradoto — eenig verlies lijdt door straatroof, is verplicht binnen veertig dagen daarvan aan de Pradoto mededeeling te doen en heeft hij dit nagelaten, dan wordt zijne aanklacht niet aangenomen.

Volgens dezelfde wet wordt moord vervolgd, indien de bloedverwanten dit vorderen, doch zoo deze hunne belangen niet benadeel achten en van schadevergoeding afzien, vordert de wet ook niet, dat de misdadiger gestraft worde.

Art. 12 van den Kitab Toepah straft alleen dengene, die den doodelijken stoot heeft toegebracht en niet zijne helpers, indien deze het slachtoffer niet hebben beschadigd, omdat de bloedprijs uit den aard der zaak moet betaald worden door den beschadiger.

Geheel in overeenstemming hiermede spraken de leden eener rechtbank van omgang eenen misdadiger vrij, die op iemand had geschoten, doch hem had gemist.

Daarentegen veroordeelden zij diens medebeklaagde, die evenzeer op den verslagene een schot had gelost en hem had getroffen.

Sluiten