Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegen binnen een gemeenschappelijke afsluiting, als eenvoudige diefstallen beschouwde.

De Nederlandsche strafwet spreekt ook niet, als de Indische, van „met bewoonde huizen gelijk gestelde plaatsen" maar van diefstallen op „besloten erven, waarop een woning staat".

De naar onze meening slecht gekozen uitdrukking der Indische wetten is echter ontleend aan de Ned. wet van 29 Juni 1854, welke ook van plaatsen spreekt, welke als bewoonde huizen moeten worden aangemerkt of daarmede gelijkgesteld.

Geliik boven is gezegd, toont de vergelijking van art. 306 der Inlandsche strafwet met art 390 C. P. aan, dat men met al die verschillende benamingen niets anders bedoeld heeft dan de „dépendances" van een bewoond huis, gelegen binnen dezelfde enceinte, welke „dépendances" in art. 301 no. 1 der strafwet voor Inlanders wederom worden vertaald door het woord „aanhoorigheden" van een bewoond huis. (Art. 381 No 4 C. P., vergeleken met art. 301 No. 1 Sw. Inl.).

De Indische wet spreekt niet alleen van bewoonde huizen, van daarmede gelijkgestelde plaatsen, van aanhoorigheden van bewoonde huizen, maar in art. 304 bovendien van „plaatsen, die „met als bewoonde huizen worden aangemerkt of daarmede „gelijkgesteld".

Volgens de memorie van toelichting is die uitdrukking ontleend aan art. 304 no. 2 der strafwet voor Europeanen, welke op hare beurt haar overnam uit de reeds aangehaalde wet van 1854.

Deze wet verwijst echter naar art. 390 C. P., waarin van het bewoonde huis en van de „dépendances" wordt gesproken, zoodat een plaats, die niet als een bewoond huis wordt aangemerkt of daarmede gelijkgesteld, niets anders is dan een plaats, welke geen „dépendance" is, bijv. een op zich zelf staand pakhuis, schuur enz.

Bij slot van rekening zal men dus tot het besluit moeten komen, dat de strafwet voor Inlanders in artt. 299, 300, 302, 304 en 305 met de verschillende uitdrukkingen van „aanhoorigheden van een bewoond huis", van „daarmede gelijkgestelde plaatsen" van „plaatsen, die als bewoonde huizen worden aangemerkt", niets anders bedoelt, dan de „dépendances" van een bewoond huis, dat is, de binnen de gemeenschappelijk bewoonde omgeving of

Sluiten