Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1816.

liet gebruiken om een zeer onbeschaamd en zelfs dreigend antwoord te schrijven aan Majoor Fraser, die een afschrift van den brief door den eersten gevangene geschreven, gezonden had met een vriendschappelijke waarschuwing aan de rebellen.

3. Dat ofschoon de dertiende gevangene in zijne bekentenis zegt dat hij daarheen reed met een goed doel om de bevolking tot rust te brengen en dat hij werkelijk hen gewaarschuwd en raad in dien geest gegeven had, hetgeen de R. O. Vervolger, ten einde de bekentenis van den gevangene niet af te zonderen zonder bewijzen in handen te hebben, en ook omdat hij slechts korten tijd bij de rebellen bleef, erkennen wil, maar hij is echter verplicht op te merken dat met welk doel ook de dertiende gevangene daarheen moge gegaan zijn, zijn gehoorzamen aan een Yerzoek niet alleen gedaan door een onbevoegd persoon, maar blijkbaar misdadig, volstrekt niet vrij is van blaam, en vooral niet in een man die niet langer bezield is met de onnadenkendheid der jeugd, maar de jaren des onderscheids bereikt heeft en wiens voorbeeld dus een zeer schadelijken invloed kon gehad hebben, en bovendien is het zeer merkwaardig dat juist deze dertiende gevangene de eenige van alle personen was aan wie de drie Verzoeken gezonden door den tweeden gevangene afgegeven waren, die in de dwaling verviel van er aan te voldoen.

XIV, XV, XVI. Met betrekking tot den veertienden, vijftienden en zestienden gevangene:

] . Dat zij woonachtig op de plaats van Marthinus Prinslo, senior, van daar wegreden na de gevangenneming van den eersten gevangene, over den berg, elk om verschillende toevallige redenen (zooals zij beweeren) maar allen naar Baviaansrivier gekomen zijnde, sloten zij zich daar aan bij de volgelingen, en stelden zich onder bevel van Johannes Bezuidenhout.

2. Dat de veertiende gevangene dienzelfden avond naar

Bruintjes Hoogte reed met den vierden gevangene die daar gekomen was om mannen aan te werven, en in plaats van gebruik te maken van die gelegenheid om te huis te blijven, keerde hij terug tot dien troep van Bezuidenhout, wiens opstandig voornemen, om ten minste de loslating van den eersten gevangene te eischen, hem niet onbekend kon geweest zijn.

3. Dat verder alle drie deze gevangenen bij de rebellen bleven

totdat de R. O. Vervolger naar Slachters Nek kwam met zijne troepen, aan wien zij zich toen overgaven en hunne wapenen neerwierpen, zonder dat het blijkt dat zij gedurende hun verblijf bij de rebellen, eenige bijzondere daden van geweld pleegden.

Sluiten