Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815. 2.

~ Weet gij niet dat Bezuiden- Antwoord : Dat weet ik niet;

hout mij met een boodschap maar ik weet dat toen gij te

naar Willem Krugel gezonden Kromme Rivier kwaamt, gij

heeft, dat hij de menschen bij onmiddelijk weder zijt wegge-

elkanderen moest houden totdat reden.

hij daar kwam ?

Kruisvragen door P. W. Prinslo, Nic. zoon.

3.

Hoe weet gij dat ik een der Antwoord: Omdat, toen er genen was die raadpleegden? eemg gesprek was, gij altijd

tegenwoordig waart.

4.

Wie zijn uwe getuigen ? Antwoord : _ Ik ben enkel ge •

tuige voor mijzeiven.

Kruisvragen door den gevangene, W. Krugel.

5.

Heb ik veel gesproken gedu- Antwoord : Gij hebt niet veel

rende den tijd waarin het volk gesproken, en het is waar dat

vergaderd waren ? Heeft Be- Bezuidenhout de voornaamste

zuidenhout mij niet altijd ge- stem had.

roepen en bevolen ?

6.

Wilde ik niet altijd hebben Antwoord: Ja! Toen wij aan

dat wij moesten terug keeren ? de bovenste zijde van Van

Aard's plaats waren.

7-

Heb ik u toen niet gezegd Antwoord: Ja! Toen wij b]

dat wij eene groote verantwoor- den Klipheuvel waren aan ue

delijkheid op onze schouders boven zijde van Van Aard. hadden ?

Antwoord: Omdat, toen er eenig gesprek was, gij altijd tegenwoordig waart.

Antwoord : Ik ben enkel ge • tuige voor mijzeiven.

Heb ik het volk niet bij Antwoord: Het mag zijn,

elkander geroepen, en gezegd maar ik ben niet tegenwoordig

dat het beter was om een brief geweest.

te schrijven, en weder naar huis te rij den ?

Ter bekrachtiging van de waarheid van alle welke, d<? getuige deze solemnele woorden sprak :—" Zoo helpe mij Goi Almachtig " !

Sluiten