Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815.

20.

Hoe zijt gij hier vandaan gekomen, en waarheen ?

21.

r Waardoor bevindt gij u thans

hier ?

Antwoord : De Landdrost

heeft mij naar Graaff-Reinet gezonden, maar onder weg heeft een oude man gezegd dat hij niemand had om mij te transporteeren, en heeft mij een pad aangewezen, en toen heb ik verder alleen geloopen naar Juffr. Stoltz waar ik geslapen heb, en den anderen dag in een kloof onder den berg, en vervolgens ben ik over de Zondags Rivier twee menschen tegen gekomen die mij mijn zak niet goed hebben afgenomen. Ik ben vervolgens op Bruintjeshoogte te land gekomen bij Kootje van Deventer, en ben vervolgens in Tarka gekomen bij ouden Wentzel Koester, daar ik met schoenmaken wat verdiend heb.

Antwoord : Ik woonde in Tarka, en ik kwam kuieren bij Diderik Muller, waar ik aan Johannes Hartzenberg om wat tabak gevraagd heb, doch welke mij gezegd heeft dat hij geen tabak had : daarop heeft Johannes Bezuidenhout door zijn zoon (zoo ik geloof ook genaamd Johannes) mij laten roepen, en toen ik bij hem kwam, heeft hij mij gezegd dat ik met Cornelis Faber naar 't Kafïerland moest, en dat, als ik niet ging, hij mij in een ongeluk zoude brengen. Als vreemdeling daar alleen zijnde, was ik bang, en zeide dat ik eerst naar huis wilde gaan, en dat ik geen paarden had en niet rijden konde: hij zeide daarop dat ik moest rijden, en dat hij paarden zoudo bezorgen, zooals hij door een Hottentot twee paarden heeft laten brengen :

Sluiten