Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65.

Hebt gij niet aan Potgieter gezegd, dat W. Krugel van de menschen een eed had afgenomen om niet te zullen wijken, of dat zij een kogel voor den kop zouden krijgen ?

66.

Daar gij zegt dat Bezuidenhout u had gedwongen, hoe komt het dat gij, toen ik met mijn commando onder Slagters Nek was, en de gelegenheid u werd aangeboden om uit te komen, zulks niet gedaan hebt ?

67.

Moet gij niet erkennen, dat gij door u onder eene gewapende oproerbende te hebben begeven, en door boodschappen andere ingezetenen getragt daartoe aan te werven, u misdadig en strafbaar gemaakt hebt ?

68.

Wat hebt gij tot uwe verschoning of verontschuldiging in te brengen ?

Antwoord: Xeen, maar Bezuidenhout had 't gezegd, en dat heb ik aan Potgieter gezegd.

Antwoord : Ik was bang voor mijne overheid, want ik was in den strik, en ik vreesde, zoowel als Bezuidenhout, te zullen gestraft worden.

Antwoord ■ Ik weet dat niet. maar ik was bang.

Antwoord: Ik ben door Bezuidenhout en de vrees voor de Kaffers er toe gekomen.

69.

Zijt gij ook op de begrafenis van Fredrik Bezuidenhout geweest ?

ë (Gret:)

Antwoord: Neen.

A. H. Klopper.

Mij present:

Gr. Beelaerts van Blokland,

Secretaris.

Aldus &c., 21 December 1815.

Als Gecommitteerdens : P. Diemel. W. IIiddingh.

Sluiten