Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1816.

21.

Of de Gedet. nog staande Antwoord: De Gedet. zegt houdt, dat hij voor't teekenen daaf hij te blijven persisteeren. van dien brief bedreigd is geworden door hem voor oogen te houden de wreede straffen van de Kaffers ?

Zoo ja, te laten binnen staan (1) I). J. Muller, en hem te vragen of deze opgave van den Gedet. met de waarheid overeenkomt. Ook te laten binnenstaan (2) Corn. Faber, en hem voor te houden art. 44 van zijn eerste verhoor, en daarbij te vragen of door hem, Faber zeiven, zoo iets is gezegd geworden. Ook te laten binnenstaan successievelijk (3) Ths. de Klerk, Ands. Meijer, en Steph. Bothma, en hun elk afzonderlijk af te vragen wat hun omtrent deze omstandigheden bekend is.

De Getuige D. J. Muller, hierover ondervraagd zijnde, zegt dat hij er niets van weet, en dat zoodanig iets in zijn presentie niet gezegd is.

De Gedet. zegt dat hij ook niet weet of deze getuige daar is bij geweest.

De Getuige zegt, dat hij over den Gedet. niet kan oordeelen, maar dat hij meent dat hij mede eene oorzaak is, dat Faber het Kafferland is ingereden.

De mede Gedet., Faber, zegt dat hij niet weet zoo iets te zijn gezegd geworden, en dat de opgaaf van den Gedet. valsch en leugenachtig is.

De Gedet. zegt, dat de mede-gedet. het heet liegen, en dat hij, Gedet. geene getuigen voor zijne opgaaf heeft.

De mede Gedet. Steph anus Bothma, zegt, dat hij ook niets zoodanigs gehoord heeft. De Gedet. zegt dat hij ook niet weet of zij zoo gezegd hebben.

De Gedet. zegt nader, op aanzegging van Steph Bothma, dat hij tog niet maar de waarheid voor den rechter moet verbloemen, daar dezelve tog zal voor den dag komen, dat het niet waar is dat Faber zoodanig iets heeft gezegd.

De verdere confrontatie op dit punt vei valt.

22.

Of hij, gedet:, nu niet moet erkennen, bij de overgave van dien brief aan O. Muller, aan denzelven te hebben gelast den brief naar Jacs. Krugel te brengen, en daarbij te zeggen, dat gen. Jacs. Krugel, na den brief te hebben gelezen, denzelven in zijne presentie te verbranden ?

Antwoord: Ja, maar ik heb aan Ch: Muller dien brief eD die boodschap gegeven uit naaf» van Johannes BezuidenhoUW maar ik was niet degene hem te voren had gecomma°' deerd om zig klaar te houden-

Sluiten