Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo neen, te laten binnen staan D. J. Muller, en hem dit gedeelte zijner verklaring beginnende " dog naderhand, door Prin»lo fnz- • • - tot .... verbranden moest'' aan den Gedet: voor te houden, en in faeie te doen aanzeggen.

Item J. C. Muller over dit gedeelte zijnor verklaaring, beginnende " waarop de Compt: . , . tot ... . broeder Dideri/c."

Insgelijks Joh : Hartzenberg over dat gedeelte zijner verklaring-, eginnende, "welke brief ... tot .. . bijgewoond had." -Liezen laatsten Compt: over de medegegevene boodschap nader te vragen.

Ook den GedetThs: de Klerk, te laten binnen staan, en te vragen, wat hi] omtrent deze omstandigheid weet ?

De Getuige, J Ch : Muller, persisteert bij zijn gedeponeerde, uat de tredet: hem reeds vooraf heeft gecommandeerd om zijne paarden gereed te maken, en hem naderhand den brief en boodschap gegeven heeft, zonder van Johannes Bezuidenhout te spreken.

De Gedet: zegt dat die opgaaf van den Getuige onwaar is.

De Getuige, D. J. Muller, zegt insgelijks bij de overgaaf van den brief te zijn tegenwoordig geweest, en de boodsohap, zooals in zijne veik armgis opgegeven, gehoord te hebben, maar niet dat 6 boodschap gegeven werd uit naam van Bezuidenhout.

De Getuige, Joh: Hartzenberg, persisteert bij zijne verklaring ten dezen opzigte, dog zegt dat Prinslo, voor zoo ver hij gehoord heelt, niet van Bezuidenhout gesproken heeft. De Gedet: zegt stond n götuige gegroet heeft, toen hij aan de schroef

De mede GedetThs. de Klerk, zegt, mede gehoord te hebben dat Prinslo zeide dat deze brief door Ch: Muller aan Jacobus ^rugel moest worden bezorgd, en dat hij dezelve, na lezing, verbranden moest maar dat hij niet gehoord heeft dat die boodschap uit naam van Bezuidenhout gegeven wierd, maar wel dat Bezuidenhout den brief had laten schrijven.

De Gedet: zegt daarop dat zij hem verkeerd verstaan moesten

ij .r11'.™ 3 den brief uit naam van Bezuidenhout aan C.

•ö. Muller heeft overgegeven.

23.

Om welke redeji de persoon Antwoord: Omdat Bezuiden-

van Jacobus Krugel is uitge- hout zeide, dat die man de

ozen als de man, aan wien zulk eenigste was, welken hij daar

een brief moest geschreven kende.

borden p

1816.

24.

Kendet gij denzelven ook ? Antwoord : Ja.

Sluiten