Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Piet Erasmus, Pt. zn., en dat op de vraag van hem, Gedet., of de menschen met de Regeering waren, wel door Th. de Klerk is gezegd, dat hij niet met de Regeering was, doch dat hij zulks niet door dezen Gedet. heeft hooren zeggen.

Daarop aan den gem. W. Krugel gevraagd : " Of, indien P. Erasmus, P. zn., dat gezegde ook gebezigd had, Gedet., zulks niet zoude hebben moeten hooren ? " Zegt: Ik denk van ja, want hij stond dicht bij mij.

Yoorts nog aan hem gevraagd, " welke reden hij gehad heeft om, na voorlezing van dien brief, aan de menschen af te vragen, of zij met de Regeering waren ?" Zegt, omdat ik wilde weten of ik op mijne manschappen konde staat maken bij een inval van de Kaffers, uithoofde van hetgeen de huisvrouw van Opperman mij gezegd had.

10.

Nog te laten binnen staan W. Prinslo, Klaas zn., en te vragen of hij zich ook kan herinneren, wie, behalve Theunis de Klerk, degene is, die ook gezegd heeft dat hij niet met de Regeering was ?

De getuige, W. Prinslo, Claas zu., binnenstaande, zegt, Neen.

Gevraagd : "Wie den brief van den heer Yan de Graaff heeft voorgelezen ?" zegt, P. Erasmus, Pt. zn. Gevraagd : " of hij dan ook weet of deze al dan niet zulks heeft gezegd ?" zegt: hij is het niet geweest; wie het gezegd heeft, weet ik niet.

Aldus &c., 10 Januari 1816.

(Get:) Petrus Rasmus Erasmus.

Als Gecommitteerdens :

P. Diemel.

W. Hiddingh.

Mij present:

(Get:) G. Beelaerts van Blokland.

Secretaris.

No. 88.

Z.3. MINUTEN, 11 Jan., 1816.

UITENHAGEN.

Artikelen voor het derde verhoer en confrontatie van Cornelis Johannes Faber.

1.

Of hij nog persisteert dat hij Antwoord : Zegt, dat andere

met 't Kaffer opperhoofd Gaika menschen hem hadden gezegd,

geen andere onderhandeling dat hij zooveel niet openbaren

heeft gehad dan over de posten moest dat hij aan de Kaffers,

Sluiten