Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815.

18. Is 't u bekend dat door Willem Krugel een Commandeerbriefje is geschreven, om op zekeren dag ter plaatse van Daniël Erasmus present te zijn ?

19. Is naar uw persoon niet gezocht om voor de Oommissie te verschijnen op Uitenhage?

20. Waarom zij fc gij voor die Commissie niet verschenen ?

21. Waaruit ontstond die vrees ?

Antwoord: Neen.

22. Waar hebt gij u gedurende dien tijd opgehouden F

23. Waarvan hebt gij dan geleefd ?

24. Hadt gij dan een geweer en lood bij u ?

25. Hebt gij u alleen daar opgehouden ?

26. Hoe zijt gij in de handen der Justitie geraakt ?

Antwoord: Ja, de Gerechtsbode van Cradock, Johs. de Schutte, is naar mij komen vragen.

Antwoord: Omdat ik voor die menschen en voor mijne smerigheid, bevreesd was.

Antwoord: Omdat zij mij hadden gedwongen om mij in zoo verre daarbij te voegen. Nader: Den avond van mijne terugkomst heb ik van mijne ouders gehoord dat de Ooi, Cuijler bij de menschen was gekomen, en dat sommigen zich aan hem hadden overgegeven, terwijl de anderen waren teruggeloopen.

Antwoord : In de bergen om 't huis.

Antwoord: Yan wild.

Antwoord: Ja.

Antwoord: Neen, ik was daar met Willem en Zachariag Prinslo, Fredrik en Oekert Brits en Meinhard.

Antwoord : Wij hebben alle gewacht tot dat alles stil was en toen zijn wij allen naar den Landdrost Ouijler van XJitenhagen gereden en ons aan hem gemeld, die ons zeide dat de Commissie reeds vertrokken was en wii derhalve Kaapwaarts

t i

zouaen moeten gaan hoord te worden.

om ver-

Sluiten