Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815.

9. Waarom hebt gij gedurende dien tijd niet getracht te ontvluchten ?

10. Wat is u bekend van de onderhandeling tusschen Faber en de Kaffers ?

11. Wanneer heeft Faber u dit verhaald ?

.12. Wie was daarbij tegenwoordig ?

13. Hoe lang zijt gij in 't Kafferland geweest ?

14. Waar hebt gij u aldaar opgehouden ?

15. Is iemand bij ui. gekomen om ul. uit 'l Kafferland terug te roepen ?

16. Heeft Faber u niet verhaald wat hij met de Kaffers had gesproken ?

17. Waar hebt gijl. bij uwe terugkomst u begeven ?

18. Hebt gij met die mensehen aan den Slaehtersnek ook gesproken F

19. Hebt gij ook gehoord wat Faber met die mensehen gesproken had ?

20. Was Zacharias Prinslo ook onder de mensohen op den Slaehtersnek verzameld P

Antwoord: Hat konde ik onmogelijk doen, daar ik maar een jongeling ben, en Faber een groote sterke man was.

Antwoord: Ik was al te verdrietig om daarna te vernemen, maar heb alleen aan Faber gevraagd, met welke inzichten, hij mij medenam, wanneer hij mij zeide, dat Johannes Bezuijdenhout hem, gelast had, om de Kaffers mede te brengen.

Antwoord: Op onzen weg naar de Kaffers.

Antwoord: Ik heb 't hem gevraagd, zij waren er allen bij, maar of zij 't gehoord hebben, weet ik niet.

Antwoord: Ik denk twee dagen.

Antwoord: Een eind weegs van de Kaffers zijn wij afgezadeld, en daar zijn Delport en ik gebleven totdat, Faber met de Kaffers had gesproken.

Antwoord: Neen, niemand.

Antwoord: Neen, en ik heb hem uit verdriet daar ook niet naar gevraagd en gesproken.

Antwoord: Wij zijn aan den Slagtersnek gekomen jnist toen Colonel Cuyler bij de mensehen kwam, onder welke er toen een gewoel ontstond, waarvan Delport en ik hebben gebruikt gema&kt en de vlucht hebben genomen.

Antwoord: Neen, Faber is naar die menschen toegegaan, terwijl Delport en ik 't gewoel onder hen ziende, gevlucht zijn..

Antwoord: Neen.

Antwoord : Dat weet ik niet, ik heb hem er niet onder gezien,

Sluiten