Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doortrokken waren, werden op talrijke plaatsen er door weggedrongen.

Het Protestantisme voelde dan ook diep in het hart den verschrikkelijken slag, dien het door dezen Katechismus ontving. Het grimde er tegen met onbedwongen woede, en wist geen woorden sterk genoeg te vinden om den schrijver en zijn boek te brandmerken.

Sebastiaan Pfourer, die in het geheim met de Hervorming heulde, was de eerste, welke den strijd tegen dit boek aanbond. Volgens zijn meening was Canisius' werk geen samenvatting der katholieke leer, „maar een samenraapsel van het afschuwelijke pausdom." Wigand, een Luthersche superintendent van Maagdenburg, noemt den Katechismus „een veiligen weg ter helle." En hoe zijn woord ingang vond onder de ketters, bewijst een protestantsch werk van 1562, waarin deze aanvaller hoog wordt verheven, „wijl hij niet terugschrok de bazuin van het goddelijk woord te steken tegen den duivelsdrek van den hondschen Canisius, en de wereld te toonen, hoe zich te vrijwaren voor de moorddadige duivelsklauwen." Melanchton op zijne beurt kan evenmin zijn woede verkroppen: „Canisius' werk vloeit over van valschheden; de onbeschaamheid des schrijvers verdient allen haat." Tilman Herzhusius is niet minder sterk in zijn verzet. Het smart hem ten zeerste, dat Canisius' werk zooveel afbreuk doet aan Luthers Katechismus. „De duivel ziet wel in," zoo schrijft hij, „welk een edelen, kostbaren en zoeten geur tot nog toe heeft verspreid de schoone Katechismus, door den heiligen Luther samengesteld, door hem, die een man was zoo dierbaar aan God, zulk een bevoorrecht werktuig des H. Geestes. Daarom poogt hij ons den onwaardeerbaren schat te ontrooven, in zijn plaats modder en vergif te verspreiden ; daarom verschuilt hij zich als een engel des lichts en wil de jeugd misleiden."

Sluiten