Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats aan een soberen disch, waar Canisius hen nog meer met het woord des Heeren spijsde dan met aardsche gerechten. Aan het einde van den maaltijd werd zijn woord voortdurend treffender en meesleepender, en als hij ten slotte hen vermaande hun kroost in de vreeze des Heeren op te voeden en het geloof der vaderen te bewaren, toen hieven allen eensklaps de hand op en zwoeren trouw aan den katholieken godsdienst, al zou het hun ook het leven kosten. En zij hebben hun woord gehouden, die fiere mannen, die edele vrouwen, en aan hun trouw aan het geloof is het te danken, dat Nijmegen in 1585 wederom Roomsch was; maar zij hebben er ook onder geleden, want juist om die Roomschgezindheid, moesten zij, gelijk sommige schrijvers verzekeren, in 1591 den weg der ballingschap opgaan en zich verspreiden naar Arnhem, Huissen, Eist, Zevenaar, 's Hertogenbosch en het buitenland.

Na deze korte dagen, vol van zegening voor zijne vaderstad, trok Canisius naar Duitschland terug, om er zijne zending te volbrengen. Hoe hij daarin slaagde schreef hij zelf aan den H. Franciscus de Borgia met deze woorden : „De aartsbisschoppen van Mentz en van Trier en de bisschoppen van Wurtzburg en van Osnabruck zijn voor den heiligen apostolischen Stoel gunstig gestemd. Met de anderen heb ik om bijzondere redenen schriftelijk onderhandeld; aan allen heb ik de bekendmaking en uitvoering van het Concilie aanbevolen, hun terzelfder tijd de middelen voorstellende, die in den tegenwoordigen staat van Duitschland mij het raadzaamst voorkwamen, om den katholieken godsdienst te bewaren en te bevorderen. Zij hebben dat alles met evenveel welwillendheid als eerbied ontvangen. Gedurende den loop mijner reis heb ik dikwerf in het Latijn en nog veelvuldiger in het Duitsch gepredikt, 't Heett ons

Sluiten