Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had kunnen doorwaden, en zich gedwongen had gezien naar het klooster terug te keeren; dat wij liever een dag bij hen moesten blijven, dat het weer mooi en de wind gunstig was, en 't water daarom in den nacht wel zou vallen. Den volgenden morgen konden wij dan met minder gevaar onze reis voortzetten.

„Wij brachten dus dien nacht in het klooster door. Op hun verzoek sprak pater Canisius tot de kloosterlingen eenige woorden van stichting, die zij met een levendig genoegen aanhoorden, en wij vertrokken, na den abt en de religieuzen voor hunne lieve gastvrijheid bedankt te hebben. Een boer, die het land kende, reed vooruit. Alles ging goed, zoolang wij den berg afdaalden, maar toen wij de vallei bereikt hadden, zagen wij tot onze verbazing eene groote uitgestrektheid waters tusschen de bergen, vanwaar stortvloeden afliepen. Men kon de bedding der rivier niet onderscheiden, omdat het één zee was, omnia pontus erant, en de golven geeselden de zijden onzer paarden. Ik verlangde, dat pater provinciaal den gids onmiddellijk zou volgen, maar dat wilde hij volstrekt niet, bewerende dat zijn paard goed te vertrouwen was. Hij kwam dus achterop.

,,Ik had ik weet niet welk voorgevoel, dat een ongeluk ons bedreigde. Evenwel ging alles vrij goed gedurende drie of vier mijlen. Ik keerde mij van tijd tot tijd om, ten einde te zien of de goede pater ons volgde. Op eens zie ik hem onder de golven, met één voet op den grond en den anderen in den stijgbeugel; hij hield met de handen de teugels en den zadelboog vast. Zoo werd hij half voortgesleept door zijn paard en half bedolven door het water, niet in staat zich zeiven te redden, noch kunnende geholpen worden door ons. De gids riep mij toe, dat ik, indien ik een enkelen stap deed, verloren was, en hij sprak de waarheid, want de

Sluiten