Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was ingesteld, liet zij hem boodschappen, dat zij hem zou komen bezoeken. Uit bescheidenheid verbood de zieke aan zijne bedienden haar toe te laten ; en toch, eensklaps ziet hij de priorin door zijne kamer gaan, terwijl zij haren sluier een weinig opheft om hem te overtuigen, dat zij het is. Ontevreden over het niet nakomen zijner bevelen, ontbiedt hij de dienstmaagd en berispt haar. Deze antwoordt: „Ik weet er niets van, ik heb haar niet gezien !" De zieke houdt vol en is vertoornd; de dienstmaagd begint te weenen en gaat eindelijk naar het klooster met de vraag : ,,Hoe kan hij mij toch berispen ; gij zijt immers niet bij hem geweest ?" — „Wees bedaard, mijn kind," antwoordt de Overste, „zeg aan uwen meester, dat ik hem slechts in den geest bezocht heb." De vrouw keerde terug, en zag bij hare thuiskomst haren heer volkomen genezen.

Maar zelfs zulk een buitengewone gunst kon het hart van Maria Lintermans niet treffen. Voortdurend bleef zij wrokken en aan de arme kloosterlinge haren afkeer betoonen.

Zoo streken vele maanden voorbij, tot eindelijk de herfst eene gelukkige verandering bracht. Gods genade trof zoo sterk het tot dan toe zoo grillige meisje, dat het aanstonds haren wil boog voor dien van God. Groot berouw vervulde hare ziel, en zij snelde naar haars vaders kamer om hem vergiffenis te vragen. De vader is juist afwezig. „Hij zal wel in de spreekkamer van het klooster zijn," denkt zij, en ijlt er henen. Hier knielt zij voor hem neder en bekent onder een vloed van tranen hare schuld. De verteederde vader sluit haar vol liefde in zijne armen, en zij {— altijd meer toegevend aan Gods genade, vraagt onmiddellijk aan Moeder Maria Margareta het Ordeskleed. De verstandige vrouw stelde eenigen tijd uit, maar toen het meisje trouw bleef,

Sluiten