Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

porcelein en kralen en die kruisen op de graven bespottelijk vond met hun inschriften van «aan mijn Vader», «mijn lieve Moeder» of «hier rust mijn Vriend». Niet dat hij in werkelijkheid deze eenvoudige aandenken belachelijk vond, maar hij kon nu eenmaal, verbitterd als hij was, niet laten met alles den spot te drijven.

Toen hij aan den ingang van het kerkhof gekomen was, stond hij een oogenblik stil en overlegde in zichzelf of hij naar het graf van den ongelukkigen korporaal vragen zou of niet. Hij had echter geen lust den een of anderen vreemde daarover aan te spreken en besloot: «ik zal wel iets ontdekken, waaraan ik het graf herkennen zal.»

Langzaam ging hij tussehen de groene heuveltjes door, turend en zoekend of hij soms iets bespeurde, dat hem het gezochte graf zou doen herkennen.

Daargindsch! Ja, daar ziet hij werkelijk iets! Daar lag een kind in vasten slaap op den grond! Het was Bebelle!

De kameraden van den gestorvene hadden met zooveel liefdevolle bereidwilligheid aan de laatste rustplaats van den braven soldaat gewerkt, dat dit in een allerliefst klein tuintje herschapen was. Op het groene grasheuveltje lag de slapende Bebelle met haar wang tegen het kruis aangedrukt. Het was maar een glad geverfd houten kruis en de kleine had haar armpje daar om heen geslagen net zooals zij dit vroeger had gedaan om den hals van haar vriend. Een lauwerkrans hing om het kruis en boven op was een vlagje bevestigd; de Fransche driekleur.

De heer Engelschman ontblootte het hoofd en stond een tijdlang zwijgend en onbewegelijk voor het graf. Toen zette hij den hoed weer op, boog een knie en maakte Bebelle zachtjes wakker.

Sluiten