Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij haatte zichzelf, haatte de wereld, haatte bovenal de firma, die hem met dezen haat tegen alles en iedereen vergiftigd had. En daar hij de eenige deelnemer in de firma was, zette hij de zaken aan kant en trok zich geheel uit het koopmansleven terug.

Zoo gebeurde het dat hij op een kouden, vochtigen Novembernacht over het perron van het station van Mugby •lunction heen en weer liep. Hij had zijn heil in reizen gezocht, om den tijd door te komen. Toevallig hield de trein in Mugby Junction stil, en toen kwam de zonderlinge, oude, droefgeestige man op de gedachte, hier maar uit te stappen.

Het was drie uur in den nacht, ol in den morgen, zooals men het noemen wil, en het stortregende. Daar er klaarblijkelijk in de nabijheid van het station geen hotel was, zocht hij zijn toevlucht in een klein houten huisje, waarin de lampenpoetser van den spoor woonde, welk ambt alle conducteurs en «wit-kielen» aanleiding gegeven had hem den minder vleienden naam van «Lampe» te geven. «Lampe» toch speelde in het Verhaal van Heintje de Vos een minder gunstigen rol.

Den geheelen verderen nacht zat Gebroeders Barbox bij de lamp, en toen eindelijk het volle daglicht aangebroken was, slenterde hij de stad in, gaf zijn koffertje in een logement te bewaren en ging toen een wandeling maken.

Toen hij een kleine hoogte bestegen had, leidde de weg hem voorbij een paar kleine huisjes, voor een waarvan hij bleef staan. Uit het bovenraam zag hij namelijk een allerliefst meisjesgezichtje. Het was een mooi, zacht, aantrekkelijk gezichtje, zeer bleek en omlijst door mooi, glanzend, bruin haar. Ook zag hij twee fijne handjes, die

Sluiten