Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens de overlevering heeft Julius Caesar hier tusschen Deüle en Lys een slot gebouwd, vandaar de naam Insula, Vlle. De stad werd in de 10ae eeuw door de graven van Vlaanderen gesticht. In de 13"6 eeuw werd de stad eenige keeren verwoest, in 1305 aan Frankrijk verpand. Koning Iiarel V stond Rijssel, toen zijn broeder Philips van Bourgondië met Margaretlm van Vlaanderen huwde, in 1365 aan Bourgondië af. Na den dood van Karei den Stoute kwam het in het bezit van de Habsbuïgers (1477). In 1667 veroverde Lodewijk XIV Rijssel en behield het bij den vrede van Aken. Hoewel het in 1708 door prins Eugenius werd heroverd, moesten de Oostenrijkers het in 1713 aan Frankrijk teruggeven. In 1792 doorstond het met succes het beleg van de Oostenrijkers.

Kyssel, Karl Victor, een Duitsch taalgeleerde, geboren den 18den December 1849 te Reinsberg, studeerde te Leipzig in de theologie en in de Oostersche wetenschappen, werd in 1878 privaat-docent en in 1885 buitengewoon hoogleeraar aan de theologische faculteit aldaar en vertrok in 1889 als gewoon hoogleeraar in de theologie en in de Oostersche talen naar Zürich, waar hij den 2den Maart 1905 overleed. Hij bewerkte: „Hebraisches und Chaldeeisches Handwörterbuch über das alte Testament"(1876) van Fürst, „Kommentar zu Esra, Nehemia und Esther" van Bertheaus en schreef verder „De Elohistae Pentateuchici sermone"(1878), „Untersuchungen über die Textgestalt und die Echtheit des Buches Micha"(1878), „Ueber den textkritischen Wert dersyrischen Uebersetzungen griechischer Klassiker" (1880 en 1881), „Georgs des Araberbischofs Gedichte und Briefe"(1891) en „Gregorius Thaumaturgus" (1880).

Rijst (Oryza L.: zie de plaat) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Gramineeën. Het omvat eenjarige, grasachtige gewassen met langronde, samengedrukte, eenbloemige, trosvormige aartjes met 2 zeer kleine kafjes. De vrucht wordt door de kaf jes eng omsloten. Er bestaan ongeveer 6 soorten in de tropen van beide halfronden. De wilde rijst (Oryza clandestina A. Br.), een soort, welke in de noordelijke gematigde zone van de Oude Wereld bij slooten enz. groeit, wordt thans tot het geslachtLeersia gerekend. De gewone rijst (O. sativa L.) met een 1—1,5 m. langen halm, 30—35 cm. lange, donkergroene, aan den rand eenigszins ruwe bladeren en een eindstandigen naar één zijde overhangenden tros met 30 tot meer dan 100 vruchten en ruwe, vijfnervige dekkafjes, wordt in talrijke verscheidenheden tot 46° N. Br. en 26° Z. Br. verbouwd. Deze moerasplant vereischt een zeer vochtigen bodem en een zomerwarmte van 29° C. Men teelt haar derhalve in lage gewesten, waar men overvloed van water kan toevoeren en waar twee oogsten per jaar mogelijk zijn. Zij vereischt voor haar ontwikkeling 5—6 maand. Het hoogst ontwikkeld zijn de bevloeiingswerken in de Povlakte. Dikwijls is de rijstbouw nog zeer primitief; in China, Japan, Java, N. Amerika en Opper Italië kweekt men echter jonge planten op zaadbedden, plaatst deze planten in Ideine groepen op de bevloeide velden en zorgt voor de verwijdering van het onkruid, een rijke bevloeiing en zware bemesting. De voortdurende bevloeiing van den bodem is dikwijls de oorzaak van moeraskoorts, waarom de rijstcultuur in Europa, in de nabijheid van plaatsen verboden is. Bergrijst (Oryza montana), welke ook op

een drogen bodem groeit, een korteren tijd voor den groei noodig heeft en slechts bij vrij groote droogte bevloeiing vereischt, wordt in Azië verbouwd, is echter veel minder gewild en heeft in Europa geen opgang gemaakt. Kleefrijst (Oryza glutinoza), waarvan de korrels bij het koken een vaste,samenhangende massa vormen, wordt in China en Japan verbouwd en groeit zoowel op een natten als op een drogen bodem. De voornaamste rijstlanden zijn Japan, Korea, China, Voor- en Achter-Indië, de Philippijnen en Soenda-eilanden, Ceylon en Madagaskar. In Amerika verbouwt men tegenwoordig rijst in Carolina, Georgia, Louisiana, Mississippi, in Middel-Amerika, W. Indië, Brazilië, Paraguay enz., in Europa in Opper-Italië, Sardinië, Spanje, Portugal, Turkije, Griekenland en in de Friaulsche laagvlakte in de distrikten Cervignano en Monfalcone. Voor den uitvoer naar Europa komen Voor- en Achter-Indië, Java en Japan in aanmerking. Bij den oogst worden de aren afgesneden en de vruchten door dorschen, stampen, walsen of uittrappen gewonnen. De verkregen ruwe rijst (padi) wordt in Europa (vooral in Hamburg en Bremen), in den nieuwsten tijd ook in enkele uitvoergebieden, in Indië. Birma enz. in rijstmolens ontbolsterd. De gepelde rijst (Bras, Bray) wordt daarna op polijstmachines gepolijst. Deze bestaan of uit een eenvoudig borsteltoestel, of uit een op een verticale as draaibaren kegel met een onbewegelijken mantel, waarbij de kegel met een schapevel, de mantel met een dradennet bedekt is. Om de gepelde rijst een verblindend witte kleur te geven, geeft men haar met een indigooplossing op de polijstmachine wel eens een blauwe tint. Bij Arakanrijst rekent men na de bewerking gewoonlijk op 53y3% heele rijst, 26z/3% gebroken rijst en 20% afval. Van alle graansoorten heeft rijst het geringst eiwit, daarentegen het grootste zetmeelgehalte. Rijst bevat gemiddeld 13,17% water, 8,13% stikstofsubstantie, 1,29% ruw vet, 75,50% stikstofvrije extractstoffen, 0,88% ruwe vezels en 1,03% asch.

De bij het ontbolsteren afvallende zemelen, die als rijstmeelvoeder in den handel gebracht en als veevoeder gebruikt worden,bevatten gemiddeld 12,90% water, 11,2% stikstofsubstantie, 7,85% vet, 62,10% stikstofvrije extractstoffen, 1,60% ruwe vezelen en 4,35% asch. Bij de rijst bestaat nog in hoogeren graad dan bij tarwe een ongelijke verdeeling van de afzonderlijke bestanddeelen; de eiwitstoffen vindt men vooral in de uiterste lagen en worden bij het pellen grootendeels door de zemelen meegevoerd.Van de verschillende handelssoorten gaat de Carolinarijst voor de beste door, onder welken naam alle in het Z. van N. Amerika verbouwde rijstsoorten worden samengevat. Zij bestaat uit lange, smalle hoekige, matwitte of doorschijnende korrels. De Bengaalsche rijst wordt in groote hoeveelheden verbouwd en is in Indië zeer gewild, heeft een groote korrel en een aangenamen smaak, is roodachtig en moeilijk te pellen. De Rangoenrijst, uit Britsch-Birma of Pegoe, geldt voor een goede middelsoort; de Arakanrijst is zeer goedkoop. Ook Siam levert veel rijst. De Italiaansche rijst heeft dikke, ronde, witte korrels.

Van groote beteekenis is de rijstbouw in Insulinde en in het bijzonder op Java(zie deze artikelen, resp. blz. 626 en 821).

De rijst is aan verschillende ziekten blootgesteld

Sluiten