Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zweedschen entomoloog Karl Reginald Sahlberg.

Saïd of Es Said is de Arabische naam van OpperEgypte. Zie Egypte.

Saïda (Seida, het oude Sidori), een Aziatisch, Turksche stad in het vilajet Beiroet, aan de Middellandsche Zee gelegen, heeft, behalve verschillende moskeeën, kerken, scholen en chans, een vervallen kasteel op een eiland en een citadel op het vastland, verder een door klippen beschermde, maar slechts voor kleine schepen toegankelijke haven en groote, mooie tuinen. Het telt 11 330 inwoners. De omgeving is vruchtbaar, maar de handel beteekent weinig. In de nabijheid liggen oud-Phoenicische nekropolen en de kapel Mar Elias. De sedert 1291 Turksche stad bloeide in het begin der 17de eeuw als residentie van den vorst Fachr Eddin der Droesen door haar zijdehandel en als haven van Damascus, totdat op het einde van de 18de eeuw de onderdrukking van Dsjezzar Pasja en de concurrentie van Beiroet

naar handel deden te niet gaan. Den 2bsten September 1840 werd Saïda door Turksche, Oostenrijksche en Engelsche troepen onder Napier bestormd.

aaia-fasja, Mohammed, onderkoning van Jv gypte, geboren in 1822, was de vierde zoon van den in 1849 gestorven onderkoning Mehemed Ali en de opvolger van zijn neef Abbas-Pasja. Hij kwam den 14den Juli 1854 aan het bewind, schafte eenige drukkende monopoliën af en beperkte den slavenhandel. Om zich zooveel mogelijk los te maken van de Porte, vergunde hij aan Frankrijk grooten invloed op het bestuur en bevorderde zoowel den aanleg van het Suez-kanaal, als de belangen der Fransche expeditie tot het opsporen van de bronnen van den Nijl. Zelfs volbracht hij in Mei 1862 een reis naar Frankrijk. Hij overleed den 18den Januari 1863.

Saïd-Pasja, Mehemed bijgenaamd Koeisjoek, een Turksch staatsman, geboren omstreeks 1835 te Erzeroem, bevorderde in 1860, als vice-gouverneur, het dempen der onlusten in Syrië, waarna hem de waardigheid van pasja werd toegekend. Daarna trad hij op .als gouverneur van de eilanden van den Griekschen Archipel en van Cyprus, was gedurende den Russisch-Turkschen Oorlog in 1877 gouverneur in Toeltsja en Tirnowa, ontving in den herfst ihet opperbevel over een corps bij Osmanpazar, dat eenige overwinningen op de Russen behaalde, maar voor de toenemende overmacht moest zwichten. Na den vrede riep sultan Abdoel-Hamid II hem tot het secretariaat van zijn Kabinet en benoemde hem tot lid der hervormingscommissie en daarna tot minister van de Civiele Lijst. In 1879 werd hij eerste minister, doch zijn verzet tegen de eischen van Engeland kwam hem in 1880 op het verlies van zijn betrekking te staan. Na drie maanden werd hij echter in zijn ambthersteld (tot Mei 1882). Van December 1882 tot den 258ten September 1885 was hij opnieuw grootvizier en daarna herhaaldelijk minister van Buitenlandsche Zaken. In 1895 was hij van 8 Juni tot 3 October en nogmaals van den 17den November 1901 tot den 15den Januari 1903 grootvizier.

Saig-nelég-ier. Zie Freibergen.

Saig on (Saigoeri), de hoofdstad van de Fransche kolonie Cochinchina in Achter-Indië, vroeger de zetel van den gouverneur-generaal van Fransch Indochina (sedert 1902 te Hanoi), ligt op 10°47' N.Br. en 106°42' O.L. v. Gr. aan den rechteroever van de Saigonrivier, een linker zijrivier van den Don-

nai, 45 km. (in een rechte lijn) boven de monding daarvan in de Chineesche Zee. Zij heeft een gemiddeld jaarlijksche temperatuur van 26,5° C. (maximum: 29°, minimum: 25° C.) en een jaarlijkschen regenval van 1300 mm., zoodat het klimaat weinig voor Europeanen geschikt is. De stad bezit waterleiding en rioleering, een mooi paleis van den gouverneur-generaal met een park, kazernes, een paleis van Justitie, 2 ziekenhuizen, een kathedraal, 2 moskeeën, een pagode, een Brahmanentempel, een zendingsgebouw, een museum, een dieren- en plantentuin, een sterrenwacht, een bibliotheek, een schouwburg, een groot arsenaal met honderden Anamietische arbeiders, een dok, een citadel, een centrale gevangenis, de regeerirgsdrukkerij, een seminarium voor priesters, 2 colleges en andere Europeesche en onderscheiden Chineesche scholen, een weeshuis, een wetenschappelijk genootschap voor de bestudeering van Indochina en 6 nieuwsbladen of tijd? schriften. De bevolking bedraagt (1901) 47 557 zie, len, met de door waterloopen gescheiden, op dorpen gelijkende voorsteden en het 7 km. in het Z.W. ge, legen en door een tramlijn en stoombooten verbon, den Cholon (Cholen) ongeveer 180 000 zielen. Saigon is de zetel van een Kamer van Koophandel. Door een in 1900 voor het verkeer geopend 29 km. lang kanaal tusschen de Saigon- en de Vaicorivier heeft men het water aan de moerassen ten W. van Saigon onttrokken, waardoor ongeveer 25 000 1I.A. bodem werd gewonnen. In Saigon (respectievelijk Cholon) bestaan 9 rijstmolens. die daeeliiks 450—500 ton

leveren, 2 houtzaagmolens, 2 zeepfabrieken, een vernisfabriek enz. De uitvoer (in 1903 met de kust. scheepvaart: 108 238 849 francs) bestaat hoofdzakelijk uit rijst (1903: 67,5 millioen francs), verder uit gezouten visch, zeezout, katoen, zijdeaival, vlechtwaren, zwarte peper, copra, gummi, huiden en horens, boonen, betelnoten en varkensvet. Ingevoerd worden (1903: 141 309 478 francs) vooral katoenen en zijden stoffen, jute zakken, wollen stoffen, metalen, werktuigen, machines, chemicaliën, waaiers, lakwaren, artikelen van hout en bamboe, per troleum en oliën, tabak, thee en voedingsmiddelen. In 1904 bezochten 616 schepen van 899 072 ton de haven. De stad heeft stoomtramwegen, waarvan een naar Cholon gaat, en is sedert 1904 met Kanhoa door een spoorweg verbonden. Te Saigon bestaan vijf banken en bankasenturen. Sedert 1862 behoort de

stad aan Frankrijk.

Saïk of Saiek (Turksch: Sjaika) is een soort Turksch schip, dat in de 17de en in de 18de eeuw door de Turken en de Grieken veel werd gebruikt.

Saikio (Saikyo) is een oudere naam voor Kioto, Zie aldaar.

Saima, een fraai meer met talrijke boschrijke eilanden, ligt in het Z.O. gedeelte van Finland, 76 m, boven den zeespiegel, en heeft een oppervlakte van 1759,6 v.km. Het ontvangt het water van onder, scheiden Finsche meren en heeft zelf largs de Wuoxen, die wegens haar veelvuldige watervallen niet bevaarbaar is, afvoer naar het Ladogameer. Van de watervallen moet vooral de grootsche Imatraval ge, noemd worden. Het beroemde Saimakanaal (van 1845—1856 aangelegd), dat 59 km. lang is en 28 sluizen bezit, verbindt het meer met de Finsche Golf. In 1900 voeren er 5878 schepen door.

Saint Albans. Zie Albans.

Saint-Andrews, een universiteits- en zee-

Sluiten