Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder den gouverneur-generaal van Madagaskar.

Sainte-Marie-aux Mines. Zie Markirch.

Saintes, een arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Neder-Charente, ligt aan den linker oever van de bevaarbare Charente, waarover een brug naar den Faubourg des Dames leidt, aan de spoorlijnen Niort-Bordeaux en La Rochelle—Angoulême en aan de stoomtramlijn Saintes—Saujon. Het bezit onderscheiden Romeinsche bouwwerken, waaronder de triomfboog van Germanicus en overblijfselen van een amphitheater (voor meer dan 20000 toeschouwers), verder de in de 16de eeuw in Gotischen stijl herbouwde kathedraal St. Pierre, de Romaansche kerken (uit de 11de fin 12de p«„„a s+

Eutrope en Notre-Dame (met een mooien gevel en een klokketoren) en een gedenkteeken van Palissy. De stad telt (1906) 15 332 (als gemeente 19 025) inwoners, die zich bezig houden met fabricage van vaten en metaalwaren en met handel in graan, wijn enz. Het is de zetel van een Hof van Assises en van een handelsrechtbank en bezit een collége, een bibliotheek van 26000 deelen, een museum van oudheden en een Kamer van Landbouw.

Saintes was in den tijd van de Romeinen als Mediolanum Sanlonum een bloeiende stad en tot 1790 de hoofdplaats van Saintonge en de zetel van een

uissuiiup. '

Saintes, lies des. Zie Allerheiligeneiland.

Saint-Esprit. Zie Bayonne.

Saint Etienne, de hoofdstad van het Fransche departement Loire, 523 m. boven den zeespiegel aan den Furens (een zijrivier van de Loire) gelegen, is een kruispunt van het spoorwegnet van Lyon en een van de belangrijkste industriesteden van Frankrijk. Het vormt het middelpunt van een groot steenkolenbekken, is regelmatig gebouwd, bezit echter slechts weinig belangrijke gebouwen, waaronder de moderne kerk Sainte-Marie in RomaanschByzantijnschen stijl, het stadhuis, het gebouw der prefectuur, een wapenfabriek en hetgerechtsgebouw. Het telt (1906) 137 305 (als gemeente 146 788) in-

wonprs fnmst.rpplrs 1800 cWVi+e l£rww j

v XVAAA/y. KJI CUUUliiU

steenkolenbekken is met dat van Valenciennes het rijkste van Frankrijk en levert uitstekende steenkolen. Hieraan sluit zich de metallurgische nijverheid met ijzersmelterijen, fabricage van wapenen, in het bijzonder geschut (vooral in de groote wapenfabriek van den staat met 5000 arbeiders), verder van pantserplaten, machines, werktuigen, rijwielen, automobielen, vijlen, spijkers enz. aan. Van groote beteekenis is bovendien de fabricage van zijden linten, koorden en passementerieën (jaarlijks voor 85— 90 millioen francs), van caoutchouc, papier, glas,

brandewiin. chocolade PT17. Pn HpVin.nHol "Ho oforl ™ I

j i —a_,\j oiau ia

de zetel van den prefect, van een rechtbank, van een handelsrechtbank en van onderscheiden consulaten, bezit een hervormd consistorie, een lyceum, een mijnbouwschool (met een rijke bibliotheek), een kweekschool voor onderwijzeressen, een lyceum voor meisjes, een teekenschool, een school voor kunstnijverheid, een weefschool, een doofstommeninstituut, een museum (met een verzameling van wapenen, schilderijen, kunstnijverheid en natuurlijke historie), een bibliotheek (45000 dln.), een schouwburg, een plantentuin, onderscheiden vereenigingen voor wetenschap en openbaar nut, een Kamer van Landbouw en Koophandel, een filiaal van de bank van Frankrijk en een arbeidsbeurs. Een stoomtram gaat

door de stad naar St. Chamond en Firminy. SaintEtienne is de geboorteplaats van den literair-historicus Fauriel.

St. Etienne werd reeds in Hp inde OOlinr »nci4^«U4.

1 , „ ~ -*-v V/V/UVY gcauiuiiu

en twee keer (1563 en 1570) door de Hugenooten veroverd. Volgens opgaven waren de mijnen reeds in de 11de eeuw bekend en werden reeds in liet begin der 14de eeuw ontgonnen.

Saint-Genest. Zie Bucheron.

Saint-Genois des Mottes, Jules Ludger Dominiaue Ghislain. ba ron dp pon "Roin-io/»^

. -1 - > — vvi. OU1I1 vei,

geboren den 22sten Maart 1813 te Lennick St. Quin-

4-n-n .'n T>„1 "

^11, rn UC r>eigiscne provincie Brabant, studeerde te Mecheïen en te fJpnf- in H» lotWan /*« t i

xv.vuvicii en icüuwjii, weru m loob provinciaal archivaris van Oost-Vlaanderen,

m ioto noogieeraar en bibliothecaris aan de universiteit te Gent, vervolgens lid van den gemeenteraad en schepen aldaar, en overleed er den lOden September 1869. Hij was lid der koninklijke Academie van België en schreef onderscheiden Fransche en Vlaamsche werken. Daarvan vermelden wij: „Anna, historisch tafereel uit de „Vlaemsche geschiedenis tijdens Anna van Bourgonje, in 1477"(1844), „De grootboekhouder, een Gentsche vertelling"(1851) De St. Lievens-Zotten in 14fi7'Y1RK5>\ tt0+

— , „iiv-u * 10.CI11ÖÜU

in het noorden van Frankrijk"(1858), „Historische verhalen"(1852), „Het kasteel van Wildenburg of de muitelineen van Oostenrlp'YlStvn

O — - v-.. „ijcvcuauc-

ncnt van Gosewmus Josephus Augustus, baron de Stassart"(185f>Y Onlr Wprvle Vl 11 finotnllrt« iv> »r«..

i -n i .. v —■ ui vel¬

schillende tijdschriften.

Saint-Georges, Henri Vernoyde, een Fransch schrijver, geboren te Parijs den 7den November 1799, leverde behalve romans, deels alleen, deelsmetanderen (Scribe, Mazillier enz.), een groot aantal operateksten, waarvan onderscheiden op muziek gezet en op vele plaatsen werden opgevoerd. Van zijn drama's noemen wij: „Ludovic" (1836), „L'esclave de Camoëns"('1843'l. ._T,e la .zzfl.rnnft'VlftdjA Tao mn,,»

\ /I n— muua-

quetaires de la reine"(1846), „Le val d'Andorre" (1848), „Les amours du diable"(1852), en „La Bohémienne"('18621. Hii wa s ppnicpn fiirl A

\ /- J & uu^ucui uoi

opéra comique en overleed te Parijs den 23s»e« December 1875.

Saint-Georg-es de Bouchélier, gezegd 67eTphane Georges de Bouhelier Lepelletier, een Fransch schrijver, geboren te Rueil in 1876, trad in 1895 op met 3 studies getiteld: „Discours sur la mort de Narcisse", „Viehéroiquedesaventuriers, des rois et des artisans" en „Résurrection des dieux". Daarop volgden: ..L'hiver en merlitnl-.mn'YI RQ£V Qon\

T jii . , " V*""")! 1!^"» \±ooii,

„Les Lléments d une Renaissance franpaise"(1899), „La Route noir"(1900), „La tragédie du nouveau

f\f\1 \ TT' .J • 1 T • , ... . .

vuns!, „msTOire aei^ucie mie perdue"(1902),

yaoojuns ub i iimour een Dunael gedich¬

ten „Les Chants de la vie ardente" (1902) en de tooneelstukken „La Victoire" en „Le Roi sans couronne".

Saint-Germain, graai van, een gelukzoeker der 18de eeuw, wiens ware naam niet bekend is geworden, stamde waarschijnlijk uit Portugal, gaf voor dat hii. 20 of 30 PPliwPn nnH ^/iWc/i/o mi A

len gekend had. Zijn uitgebreide kennis en beschaaf-

vuimcii vciieenuen nem toegang tot ae aanzienlijkste kringen en heznrp-Hpn h Pm rlp onincf von T

"... _7.T7 <-> O . v»v guiiuv MUIllJUUUC-

wijk XV, vorst Orlow, den markgraaf van Ansbach, den landgraaf von Hessen enz. Men vermoedde, dat hij door diensten als spion groote schatten verwierf Hij overleed te Eckernförde in 1784.

Sluiten