Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de kenmerken van bloemen en bladeren zeldzaam te gelijk zijn waar te nemen, maar ook, omdat de wilg zoo gemakkelijk bastaarden vormt. Eenige belangrijke soorten zijn: S. nigra, S. alba, met zeer veel vormen als: vitellina, splendens, coerulea, ovalis, latifolia, mierophylla, micans en welatensis, 8. babylonica, S. caprea, S. nigricaus met vele vormen. S. incana, S. purpurea, met de vormen: gracilis, americana, sericea, scharfenbergensis, glaucescens, Lambertiana, amplexicaulis, Helix en nana.) De wilg is een der meest karakteristieke boomen van ons landschap en voor de gemeenschap zeer nuttig. Hij produceert in korten tijd veel hout, dat zich voor verschillende technische doeleinden laat gebruiken,bijv.in de klompenmakerij, verder voor allerlei mandwerk, hoepels en wannen. Langs onze rivieren is sedert 15 iaren een

groote industrie ontstaan, waardoor de buitendijksche gronden vrij veel kunnen opbrengen.

Salland was vóór en ten tijde van het bisschoppelijk bestuur de naam van een landstreek in Overijsel, die het middelste gedeelte van de Zuiderzee en Vollenhove tot Bentheim en Twente omvatte. Oorspronkelijk was het een graafschap.

Salie, Jean Baptiste de Ha. Zie Lm Salie.

Sallet, Friedrich von, een Duitsch dichter, geboren den 20sten April 1812 te Neisze, trad in 1824 als kadet in dienst, kwam in 1829 als luitenant te Mainz en het volgende jaar te Trier en bezocht in 1835 de militaire school te Berlijn, om zich voor een leeraarsbetrekking aan de inrichting voor kadetten

te bekwamen. In 1838 nam hij zijn ontslag en begaf zich naar Breslau. Nadat hij reeds onderscheiden dichtbundels had uitgegeven, verscheen in 1842 zijn „Laienevangelium"^116 druk, 1879), waarin hij het Christendom voorstelde als het middel om den mensch tot goddelijke volkomenheid te brengen, waarvoor hij een nieuw zedelijk stelsel wilde stichten. Daarom werd het werk door de orthodoxe kringen, als atheïstisch, genegeerd. Hij overleed te Reichau in Silezië den 218ten Februari 1843. Zijn „Sammtliche Werke" zijn in 1845—1848 in 5 deelen uitgegeven (4de druk, 1864).

Sallet, Alfred von, een Duitsch penningkundige, een zoon van den vorige, geboren den 9den Juli 1842 te Breslau, studeerde te Berlijn, werd in 1870 tweede

beambte en in 1884 directeur van het munt-kabinet van het koninklijk museum aldaar. Hij overleed den 25sten November 1897 te Breslau. Hij schreef: „Beitrage zur Geschichte und Numismatik der Könige des Cimmerischen Bosporus"(1866), „Die Fürsten von Palmyra"(1866), „Die Daten der alexandrinischen Kaisermünzen"(1870), „Die Künstler-insehriften auf griechischen Münzen"(1871), „Das königliche Münzkabinet, Geschichte und Uebersicht der Sammlung"(met Friedlander, 1873), „Die Nachfolger Alexanders des Groszen in Baktrien"(1879), „Beschreibung der antiken Münzen der könielichen

Museen zu Berlin"(dl. 1 en 2,1888—1889) en „Münzen und Medaillen"(1898). Ook redigeerde hij sedert 1874 de „Zeitschrift für Numismatik".

Sallustius, eigenlijk Gajus Sallustius Crispus, een Romeinsch geschiedschrijver, geboren in het jaar 86 v. Chr. te Amiternum in het land der Sabijnen, was in 52 volkstribuun en trad in deze betrekking op als tegenstander van de partij der Senatoren. Hij werd in 50 uit den Senaat verwijderd,maar in 49 door Caesar, die hem tot quaestor benoemde, in zijn betrekking hersteld. In 46 werd hij stadhouder in

Sallustius.

Numidië, waar hij zich zóó sterk aan afpersingen schuldig maakte, dat slechts de gunst van Caesar hem tegen een veroordeeling beschermde. Van£'de winst legde hij de beroemde, naar hem genoemde tuinen (Horti Sallustiani) aan. Na den moord op Caesar, zeide hij het openbaar leven vaarwel en hield zich bezig met het beoefenen der geschiedenis. Hij overleed in 36 v. Chr.

Hij schreef degeschiedenis der samenzwering van Catilina („De conjuratione Catilinae"), die van den oorlog tegen Jugurtha („Bellum Jugurthinum") en „Historiae", een algemeene geschiedenis der

jaren 78—67 v. Chr. in 5 boeken, doch van deze laatste zijn slechts fragmenten bewaardgebleven. Niet alleen behandelde hij onderwerpen uit de geschiedenis van Rome, die

noogst belangrijk zijn,

maar werkte tevens met het doel om letterkundige kunstwerken te leveren. Als navolger van Thucydides legde hij zich vooral toe op bondigheid, terwijl zijn stijl dikwijls duister en gewrongen is. Ten onrechte worden de zoogenaamde „Invectiva in Ciceronem", een pamflet van het jaar 54 v. Chr. en een brief en een redevoering aan Caesar, „Ad Caesar se-

nem de repubüca , aan hem toegeschreven. Onderscheiden geleerden hebben uitgaven van zijn geschriften bezorgd.

Sallwürk, Ernst von, een Duitsch opvoedkundige, geboren in 1839 te Sigmaringen, studeerde te Berlijn en te Tubingen in de letteren, bepaalde zich later voornamelijk bij de beoefening der nieuwe talen en werd in 1868 rector der hoogere burgerschool te Hechingen, in 1873 professor aan het gymnasium te Baden-Baden, in 1874 rector van het paedagogium te Pforzheim en in 1877 opperschoolraad en lid van de hooge schoolcommissie, bovendien hoogleeraar in de paedagogie en leider van de didactische oefeningen aan de technische hoogeschool te Karlsruhe. Hij is sedert 1904 geheimraad. In de wijsbegeerte is

hij een Herbertiaan, echter een tegenstander van Ziller en zijn school. Hij schreef: „Ferientage; piidagogische Erwagungen"(2de druk, 1897), „Herbart und seine Jünger" (1880; 2^ druk, 1897), „Handel und Wandel der padagogischen Schule Herbarts" (2de druk, 1886), „Gesinnungsunterricht und Kulturgeschichte"(1887), „Volksbildung und Lehrerbildung"(1891), ,,Pestalozzi"(1897), „Haus, Welt und Schule"(1902), „Die didaktischen Normalformen" (3de druk, 1906), „Prinzipien und Methoden der Erziehung"(1906) enz. Bovendien gaf hij uit: een bloemlezing van de werken van Valtoirp. ffi Hln

1878—1884), „Rousseaus Emil, übersetzt und erklart"(2 dln., 3^ druk, 1892—1893), „Lockes Gedanken über Erziehung"(2de druk, 1897), „Padagogische Schriften Herbarts"(2 dln., 7de druk, 1903), „A. Diesterweg. Darstellung seines Lebens und seiner Lehre und Auswahl aus seinen Schriften"(3 dln., 1899—1900) enz.

Salm wordt bij plantennamen gebruikt voor Joseph, vorst van Salm-Reifferscheid-Dyck.

Salm is de naam van een oud Duitsch grafelijk

Sluiten