Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prelaat. Om de vroegere onafhankelijkheid te herkrijgen kocht abt Martin I in 1609 het graafschap Bonndorf, en in 1746 werd de toenmalige abt in den rijksvorstenstand verheven. Bij den vrede van Preszburg van 1805 werd Sankt Blasien aan Baden afgestaan en den 25stett Juni 1807 de abdij opgeheven.

Sankt Goar, een distriksstad in het Pruisische distrikt Koblenz, vroeger de hoofdstad van het graafschap Katzenelnbogen, ligt aan den Rijn en aan de spoorlijn Mainz—Koblenz, bezit een Luthersche en een nieuwe Katholieke kerk, een synagoge, een nieuw stadhuis, fabricage van leer en figuurzagen, een haven, wijnhandel, scheepvaart en zalmvisscherij. Het telt (1905) 1475 inwoners. Sankt Goar werd door den kluizenaar van dezen naam gesticht, die hier in 675 overleed.

Sankt Johann, een stad in het Pruisische distrikt Trier, aan de Saar, tegenover Saarbrücken, 190 m. boven den zeespiegel gelegen, is een kruispunt van spoorwegen, bezit 2 Luthersche en een Katholieke kerk, een synagoge, een Gotisch stadhuis, een ruiterstandbeeld van keizer Wilhleml, eenmijnbouwschool en een Kamer van Nijverheid. Zij heeft veel industrie (machines, staal, ijzer enz.) en verscheept steenkolen. Het aantal inwoners bedraagt (1905) met het garnizoen 24140. De plaats in genoemd naar de oude St. Johanniskapel.

Sankt Kanzian (Slovenisch: Skocijan), een dorp in het graafschap Görz en Gradisca, behoort tot de gemeente Naklo en ligt 3 km. ten Z.O. van Divaca. Het telt (1900) 79 inwoners en is beroemd door zijn grotten met de cataracten van de Reka.

Sankt Moritz (Raeto-Romaansch: St. Muressan), een dorp en beroemde badplaats in liet Zwitsersche kanton Graubunderland, ligt in het Boven-Engadin aan het St. Moritz Meer (78 H.A.), 1856 m. boven den zeespiegel aan den Albulaspoorweg en bestaat uit het dorp en de 1,5 km. verwijderen harinlaats (verbonden door een electrisclien tram),

welke samen (1900) 1576 inwoners tellen. Sankt Moritz bezit verschillende kerken, een Kurhaus, onderscheiden grootsclie hotels en een bank. Het heeft zijn bloei te danken aan drie zure- en een aantal staalbronnen. In den nieuweren tijd is Sankt Moritz een middelpunt van den eersten rang voor het vreemdelingenverkeer in den zomer en den winter geworden. In de nabijheid, ligt Pontresina.

Sanlucar de Barrameda, een distrikshoofdstad in de Spaansche provincie Cadiz, links aan de monding van den Guadalquivir en aan twee spoorwegen gelegen, bezit overbüjfselen van een Moorsch kasteelteen slot van den overleden hertog van Montpensier, mooie villa's, zeebaden, een haven met een fort, wijnbouw, zeezoutbereiding en handel in wijn, zout, zuidvruchten enz. Het telt (1900) 23 883 inwoners. Hier begon Colunibus in 1498 zijn derde expeditie en Magelhaes in 1519 zijn reis om de wereld. Ten N.O. ligt aan de Guadalquivir de havenplaats Bonanza.

San Luis, een provincie van de Argentijnsche republiek, tusschen Rioja, Cordoba, het gouvernement Pampa, Mendoza en San Juan gelegen, heeft een oppervlakte van 73 923 v. km. en telt (1905) 99 589 inwoners. In het N. bevinden zich gebergten, welke door zoutsteppen worden gescheiden; het Z. gedeelte is vlak, droog en onvruchtbaar. Het klimaat is zeer droog, maar gezond en bezit groote temperatuursverschillen (38,6°—7,2° C., jaarlijksche regen¬

val: 559 mm.). De rivieren zijn niet bevaarbaar. De rijkdom aan mineralen (koper, malachiet, goud, zilver, zwavel, ijzer, lood, grafiet, zout, krijt, gips) is zeer groot; er wordt echter slechts een weinig goud en koper gewonnen. Landbouw en veeteelt zijn slechts mogelijk door bevloeiing. Verbouwd worden maïs, lucerne en tarwe. De veestapel telde in 1888: 113 554 paarden, 37 769 ezels en muildieren, 478 904 runderen, 241 557 schapen en 310491 geiten. Het voornaamste middel van bestaan is veeteelt.

San Luis, eigenlijk San Luis de la Punta, de hoofdstad van de provincie San Luis in Argentinië, in 1567 gesticht, ligt 759 m. boven den zeespiegel aan het Z. einde van de Siërra de San Luis, aan de spoorlijn Villa Mercedes—Mendoza—San Juan, en aan de Cliorillosbeek, waarvan men hier een groot reservoir heeft gevormd. Het bestaat grootendeels uit leemen hutten, bezit een nationaal college, en een kweekschool voor onderwijzeressen en telt 10 000 inwoners, die poncho's vervaardigen en handel drijven in paarden, huiden en Vicunawol.

San Luis de Maranhao. Zie Maranhao.

San Luis Potosi, een der binnenlandsche staten van Mexico, door de staten Nuevo Leon, Tamaulipas, Veracruz, Queretaro en Zacatecas omgeven, telt op een oppervlakte van 62177 v. km. een bevolking van (1900) 582 486 zielen. Het W. gedeelte des lands is zeer bergachtig, maar de bodem daalt er naar de oostzijde langzamerhand af tot een heuvelstreek en vervolgens tot de moerassige kustvlakte der Mexicaansche Golf. De voornaamste rivieren zijn de Panuco en de Rio Santander, en van

de meren zijn die van unaire en van Lnua ae aanzienlijkste. Het klimaat is in de bergstreek gezond. De dalen en berghellingen zijn met bosschen (eiken, dennen, ceders) bedekt. De voor een deel vruchtbare bodem levert vooral maïs, tarwe en ander graan, uitmuntend ooft, suikerriet enz. Op groote landgoederen in het N. worden schapen, runderen en paarden geteeld. De mijnbouw leverde vroeger groote hoeveelheden goud en zilver, is echter sterk achteruit gegaan; ook zijn koper, cinnaber, ijzer enz. aanwezig; zout wint men uit lagunen. De eenige belangrijke tak van nijverheid is de bereiding van brandewijn (mescal) uit het sap van de Agave Sylvestris. De bevolking bestaat er uit een mengsel van Creolen, Negers, nakomelingen der Azteken, Indianen en verscheidenheden van allerlei kleur.

San Luis Potosi, de hoofdstad van den gelijknamigen staat in Mexico, gelegen op de O. helling van de Siërra Negra in een uitgestrekte hoogvlakte (1883 m. boven den zeespiegel), niet ver van de bronnen van den Panuco, is een kruispunt van twee spoorwegen en de zetel van een bisschop. Het bezit een mooie kathedraal en een fraai stadhuis, verder een paleis van den gouverneur, een Paleis van Justitie, een seminarium, een munt, een beurs, een markthal, en een mooie waterleiding en telt (1900) 72 600 inwoners, die zich met nijverheid (leer, schoenen, katoenen stoffen enz. en handel (vee, wol, huiden en talk) bezig houden. De groote metaalsmelterijen leverden in 1901 voor 6 millioen peso's edele metalen. Ten O. (21 km.) ligt de vroeger zeer belangrijke mijnplaats Cerro de San Petro, waarvan de in 1583 ontdekte zilvermijnen de oorzaak waren van de stichting van San Luis Potosi.

San Marino, een republiek in Middel-Italië en

Sluiten